Tag-Archief - Cultureel Persbureau
Bijna sterft Wunderbaums Detroit Dealers aan een overdosis ideeën, maar overleeft door onverwachte muzikaliteit #HF12
16 juni 2012 | Daniël BertinaIn Detroit Dealers vermengt Wunderbaum een persoonlijk familieverhaal met de teloorgang van Detroit, ooit één van de meest invloedrijke industriële steden ter wereld, en filosofische overpeinzingen over de auto, als romantische metafoor van vooruitgang en de Amerikaanse Droom. De voorstelling zwalkt alle kanten uit.
Detroit Dealers is deels documentairefilm, jazzconcert, performance, spoken word poetry, rap battle, en theater. Deze overdosis aan ideeën is moeilijk te volgen, maar de voorstelling wordt gered door onverwachte muzikale virtuositeit.
Hoe ontregelend kan een theatervoorstelling beginnen? In de showroom van Automobielbedrijf Van Vloten gaan een drummer en saxofonist helemaal los in vlijmscherpte, opgefokte free jazz, terwijl twee Wunderbaumacteurs onderkoeld staan te swingen en het publiek de tribune beklimt. Een bezoeker glijdt uit, maakt een nare smak en bezeert zich zó, dat ze moet worden afgevoerd. De band blijft koelbloedig doorbeuken. Daarna begint Detroit Dealers pas echt, met een documentaire van 20 minuten.
Theatermaker Walter Bart reisde naar Detroit op zoek naar zijn verre familie en filmde samen met collega’s Maartje Remmers en Gerbrand Burger zijn zoektocht. In de voetstappen van Barts grootvader, autodealer Arie, die in de jaren vijftig op zakenreis in Detroit belandde. Arie deed goede zaken in The Motor City en op een eenzame avond keek hij nachtclubzangeres Florence diep in de ogen. Gevolg: een liefdesbaby. Zoveel jaar na dato besloot Walter als blanke Hollandse knul zijn Afro-Amerikaanse familie op te zoeken. Aldus het sympathieke begin van Detroit Dealers.
Bart raakte gefascineerd door Detroit. Ooit was The Motor City de heart & soul van de Amerikaanse auto-industrie. Nu is het een postkapitalistisch niemandsland. De grote bedrijven zijn vertrokken, de economie is ingestort, er is massale leegstand en armoede. Maar de achterblijvers, zoals zijn nichtje Rosemarie Wilson, zijn gewapend met een bijzondere levenslust en zelfredzaamheid. Rosemarie blijkt een ontzettend leuk mens te zijn, en ook als spoken word poet niet bang om op het podium te klimmen. Dus speelt ze mee in Detroit Dealers.
Dát is al interessant genoeg, zou je zeggen.
Helaas raakt het familieverhaal bijna bedolven in de Wunderbaumse ideeënstorm. Het lijkt alsof de makers alle indrukken en inzichten opgedaan tijdens de reis in één voorstelling hebben gepropt, en vervolgens thematisch hebben opgehangen aan ‘de auto’. Dus komen in Detroit Dealers battle raps vóór en tegen de auto voorbij, een fietsjihadi met clownsmasker die roept dat alle auto’s dood moeten, tot rare monologen waarin de auto in drie vrouwelijke droombeelden voorbijkomt – van sexy lustobject, via ranzige vervuiler, tot ecovriendelijk en hypermodern – belichaamt door Remmers in nauwsluitende stoeipakjes.
Gelukkig zorgt de muzikale compositie door Bo Koek, met vuur gespeeld door Jens Bouttery en Andrew Claes, voor genoeg onverwachte en spannende contrasten. Zo blijft Detroit Dealers toch boeien. Free jazz, elektronica, hip hop en glitch vloeien door elkaar heen. Ook blijkt Rosemarie naast haar felle raps en poety spits over een dijk van een zangstem te beschikken.
Aan het eind van Detroit Dealers spelen Rosemarie en Walter de eerste ontmoeting tussen hun beide grootouders – van afstand gefilmd, en in zwart wit tegen de zijmuren geprojecteerd. Florence vastberaden en zwoel, Arie nerveus en klungelig charmant. Prachtig gespeeld door beiden, met een ontwapenende flair. Van zulke scènes had ik er meer willen zien.
‘Flow my tears’ is een merkwaardige voorstelling met een glansrol voor Marleen Scholten
12 februari 2012 | Margriet Prinssen“Het is onze taak om de Indiaan in John Dowland te bevrijden”, zegt Kwekwekibiness. Hij vindt dat de 16e eeuwse componist teveel met sentiment in verband wordt gebracht. Hij zou liever wat heroïsch activisme zien, wat opstandige indianengeluiden. De melancholieke muziek van Dowland vormt het uitgangspunt voor de voorstelling Flow my tears, een coproductie van de Veenfabriek en Wunderbaum, met in de hoofdrollen Jeroen Willems en Marleen Scholten.
Het is een curieuze voorstelling geworden, met tal van elementen die elkaar soms versterken en aanvullen, maar af en toe ook behoorlijk in de weg staan. Om te beginnen: de tekst van Annelies Verbeke, die voor Wunderbaum al eerder Rail Gourmet schreef. Haar teksten zijn speels, luchtig, grappig en poëtisch, maar ze schrijft ook tegendraads proza, met niet altijd even makkelijk voor de hand liggende metaforen. In dit geval heeft ze de thematiek van de Indiaan gekozen en dan vooral bekeken vanuit de romantiek van de dicht bij de natuur levende ’wilde’. De hoofdrolspelers Jeroen Willems en Marleen Scholten vormen een duo dat rondtrekt met een stel als Ojibwe Indianen uitgedoste musici. Ze hebben elkaar ontmoet op de Western Experience Country en Indianen beurs in ’s-Hertogenbosch.
Dat klinkt nogal melig en in het begin werkt die persiflerende aanpak ook wel op de lachspieren. Het contrast tussen de plechtstatige muziek en de van pruiken en verentooien voorziene musici is grappig en af en toe horen we een deuntje uit oude westernseries. Op video zien we de gevederde Jeroen Willems een paard bedwingen. Op toneel is hij een beetje een knullige Kwekwekibiness, het opperhoofd der Indianen; zijn vrouw, Marleen Scholten, heeft in alle opzichten een meer glorieuze uitstraling, met haar glitterjurk en strakke laarsjes. Zingen doen ze allebei heel mooi.
Een belangrijke rol wordt gespeeld door clavecinist Frans de Ruiter die zijn grote kennis over Dowland graag wil delen maar onverbiddelijk wordt afgekapt door het tweetal.
Kortom: er is de mooie muziek van Dowland, prima uitgevoerd door ervaren musici en mooi gezongen. Van Jeroen Willems was al bekend dat hij behalve een formidabel acteur ook een uitstekende zanger is (bijvoorbeeld van zijn concert met repertoire van Jacques Brel), maar Marleen Scholten doet niet voor hem onder. Zij is echt de verrassing van de avond. Af en toe zijn er slapstickmomenten met omvallende achtermuren en idiote verkleedpartijen. Er is een liefdesgeschiedenis tussen de twee hoofdrolspelers. En daaromheen gewikkeld zit het verhaal van de Indianen. Alles bij elkaar levert dat een merkwaardige voorstelling op, waarvan de som der delen geen meerwaarde oplevert. En of Dowland al dan niet als Indiaan kan worden gezien? Dat lijkt er vooral met de haren- de vedertooi in dit geval- bijgesleept te worden
Coproductie Veenfabriek en Wunderbaum, m.m.v. Asko|Schönberg/ Tekst: Annelies Verbeke/ Muziek: John Dowland/ Regie: Paul Koek/ Spel en zang: Jeroen Willems en Marleen Scholten/Muziek Walter van Hauwe, Ton van der Meer, Frans de Ruiter, Pieter Smithuijsen/ Gezien: Amsterdam, Stadsschouwburg, 8 feb; te zien o.a. in Haarlem, Toneelschuur, 17 en 18 feb; Den Haag, Theater ah Spui, 1 en 2 maart; Delft, De Veste, 17 april; Hoorn, Parktheater, 19 april; Leiden, Schouwburg, 27 april/ Info: www.veenfabriek.nl
Apocalyptisch locatietheater Wunderbaum prikkelende opmaat voor explosieve ‘Internationale Keuze’ #dekeuze
10 september 2010 | Hans van Dam
Zo’n koele nazomeravond als donderdag 9 september 2010 is een perfecte avond voor de try- out van het locatiestuk ‘Natives‘ van acteursgroep Wunderbaum. Heldere lucht, mild optrekkende herfstkou en nagenoeg windstil. Locatie: een moerassig grasveld tussen twee verlaten woonblokken in de Rotterdamse wijk Pendrecht. Ooit gebouwd vanuit de naoorlogse idealen van familiegeluk, gemak en bereikbaarheid, maar al snel te benauwd, vergrijzend en uiteindelijk volledig verpauperd.
Precies deze atmosfeer zocht de acteursgroep voor een voorstelling over de huidige economische crisis en het einde-der-tijden-gevoel dat uit alle voegen van de samenleving opborrelt. Alleen de aanblik van de locatie is al voldoende voor een apocalyptisch gevoel. Van het woonblok, bestaande uit een vierlagig gebouw met 24 portiekwoningen, zijn middenin van een vijftal woningen de buitengevels weggesloopt. Onbeschaamd toont het de zwijgende herinneringen aan intimiteiten: een blauwe keukenmuur met gapende gaten, een roze slaapkamermuur, desolate resten van een woonkamer. Helemaal rechts van de scene worden een aantal buurjongens weggestuurd die een flinke joint aan het blowen zijn.
In het theaterlicht verandert de grauwe scène in een grimmig poppenhuis. Op de bovenste etage ligt, half over de rand, een vrouw in barensweeën. Haar dierlijke gekerm gaat door merg en been. Twee andere vrouwen komen schichtig tevoorschijn en gluren apatisch over de reling. Een man in een andere ruimte staart zwijgend voor zich uit. IJle muziek, live geproduceerd op de benedenverdieping, verhoogt het gevoel van onbehagen. Als het kind uiteindelijk geboren wordt, mompelt de moeder ’Het spijt me’, maar de gebeurtenis brengt de schichtige vrouwen toch even samen. Het kind wordt in een oude emmer gewassen, de moederkoek in een hoek gegooid. Vervolgens zakt iedereen terug in apathie.
Het stuk rijgt een tiental scènes aan elkaar waarin ondergang en vervreemding overheersen. Daar tussendoor zijn er ook scènes die karikaturaal zijn en even doen ontsnappen, zoals een paard in een boodschappenkarretje, of een plots ingezette carnavalspolonaise. Als wankel teken van hoop is er een mompelende man die als een bijbelse Noach een boot bouwt. Maar in de sleutelscène dragen alle spelers dierenmaskers. Dan pas lijken ze zich op hun gemak te voelen.
Door de knappe belichting en de uiterst fysieke inzet van de acteurs kruipen de gebeurtenissen erg dicht onder de huid. Voor locatietheater is dat heel bijzonder. De dubbelzinnigheid houdt het stuk op een bepaalde manier ook levend. Maar toch is het uiteindelijk de saamhorigheid die ondubbelzinnig ten grave gedragen wordt door een groep van verpleegsters, waarna de dierlijkheid, ditmaal zonder maskers, opnieuw toeslaat. Een explosief voorspel van de Internationale Keuze die op vrijdag 10 september officieel van start gaat.
‘Natives’ van Acteursgroep Wunderbaum. Try-out tijdens de Internationale Keuze van de Rotterdamse Schouwburg op locatie Flat Pendrecht, donderdag 9 september. Daar nog te zien t/m 2 oktober.



