Tag-Archief - Cultureel Persbureau
Dodojournaal: Symphony X is een spectaculair slot van 34 jaar Springdance
29 april 2012 | Wijbrand Schaap34 jaar Springdance festival samenvatten is onmogelijk. Evalueren kunnen we eigenlijk ook niet. Treuren omdat het dit jaar voor het laatst was? Misschien. Het festival dat in zijn jongvolwassen leven langs diepte- en hoogtepunten zeilde, gaat op in een nieuw festival en niemand weet op dit moment, 28 april 2012, nog hoe dat festival gaat heten, en wat het in zal gaan houden.
De Dodo is in ieder geval bij de laatste twee edities van Springdance aanwezig geweest, en ons team kan terugkijken op twee spannende edities. Onvergelijkbaar, zelfs voor kenners. Voor de herinnering, ons journaal in een langere versie.
En voor de credits: de journaals werden gefilmd met 2 Kodak Zi8-HD pocketcamera’s en soms 1 Canon 7D DSLR. Het geluid werd opgenomen via een combinatie van Azden-microfoon en Zoom H2 geluidsrecorder, belicht door Rotolight led-lampen en dit alles werd vervoerd op een Fietsfabriekfiets en bediend door Wijbrand Schaap, die de zaak daarna monteerde met het open source video-editingprogramma OpenShot op een Ubuntu-machine.
De eindredactie van de artikelen was in handen van Madeleine Rood
En, last but not least: de iPhone van onze host, Daniël Bertina. Voor een geheel eigen overzicht van het festival:
Tino Sehgal en Ari Benjamin Meyers zoeken naar de meest intense live-ervaring die mogelijk is op Springdance
28 april 2012 | RedactieSpringdance sluit op 28 april af met een opmerkelijk dansconcert. Beeldend kunstenaar en choreograaf Tino Sehgal maakte een bewegingsstuk op muziek van componist Ari Benjamin Meyers, dat uitgevoerd wordt tussen het luisterende publiek.
Het werk van Tino Sehgal is een goed bewaard geheim. Er zijn in ieder geval nauwelijks opnames van bekend. Tijdens het interview zegt Meyers daar het volgende over:
“As a musician I have a different perspective on reproduction. […] It is something that needs to be thought a lot about. I don’t think it needs to be an automatic thing that every piece of music needs to be recorded or should be recorded. I do more and more feel like a lot of work I do needs to be recorded or should be recorded, in the sense that it needs to be experienced live. Tino’s idea that there should not be any recording of his work is a big subject. Also for me.
The question if internet is destroying al that, depends wholly on how you look at it. It might also be helping. As it applies to music, there is a kind of misconception. A recording is like a photograph, while we think it is the real thing. If I take a photograph of a work of art, let’s say of a painting, everybody immediately understands that that’s not a work, but the photograph of the work. In music, somewhere along the line we lost this. Nowadays people really believe that the CD or whatever, ís the piece of music, but it is also just a reproduction.”
Fragmentarische eerste choreografie van kunstenaar Martin Creed is vrijblijvend, schetsmatig en mist spanning
27 april 2012 | Daniël Bertina“We’ve been working on some songs and dances,” zegt beeldend kunstenaar Martin Creed, bijgestaan door zijn vijfkoppige band en vijf balletdansers. In zijn fragmentarische voorstelling onderzoekt Creed de relaties tussen de vijf basisposities uit het klassiek ballet, de springerige off-beat ritmes van zijn postrockbandje, en Creeds eigen videokunst. Dit is zijn eerste choreografie en dat is te merken. ”Works No. 1012 Ballet” voelt té schetsmatig en mist spanning. Ondanks de ranzige video’s.
Mechanisch bewegen de dansers zich over het podium. Als balletrobots. De absurdistische liefdesliedjes van Creed en consorten worden afgewisseld door hun statische, cyclische dans, op de klanken van losse noten of toonladders. De ballerina’s beperken zich tot vijf basisposities, maar de volgorde van de bewegingen blijkt heel complex.
De speelvloer is uitgemeten en opgedeeld met kruisjes, precies de lengte van één volle stap, waardoor de dansers zich kunnen oriënteren in de ruimte. Ze bewegen versneld of vertraagd, soms in canon of echo. Ze zijn onderworpen aan mathematische spelregels en stemmen hun bewegingen precies af op de dynamiek van de muziek. Maar in alles volgen ze de klanken van de grillige bandleider Creed. Na elke scène verdwijnen ze één voor één door een zijdeur, net zoals ze zijn opgekomen.
Het zijn vooral de kleine, spaarzame interacties tussen de dansers en muzikanten die ”Work No. 1012 Ballet” interessant maken. Toch blijft de voorstelling een serie kunstjes zonder grotere spanningsboog en blijft het té vrijblijvend. We gaan van schets naar schets. Van liedje naar dansje naar liedje, met op de achterwand geprojecteerde fragmenten van Creeds bij vlagen erg geestige, soms erg ranzige videokunst.
Creed heeft een reputatie voor uiterst minimalistische, what you see is what you get conceptuele kunstwerken. Zo won hij in 2001 de Turner Prize met zijn ”The Lights Going On and Off (Work No. 227)”, waarbij hij de zaallichten van één van de expositieruimte in de Tate Gallery aan en uit liet gaan. Of hij liet om de dertig seconden, vier maanden lang, een atleet door de Tate Britain rennen. Ook zijn zeer heftige en abjecte videokunst is net zo zorgvuldig bedacht en uitgewerkt.
Opeens is ”Work No. 1012 Ballet” afgelopen. Heel abrupt en onbegrijpelijk. Schijnbaar nog middenin een dansscène. “OK, that’s is,” roept Creed met een demonische grijns. Hij legt uit: “Tonight, we’ve been trying out some bits and pieces.” Daar moeten we het mee doen. Het zaallicht gaat aan en onmiddellijk begint het nagesprek. Creed krijgt een fles champagne in de handen gedrukt en de gespreksleider vraagt of het publiek de kunstenaar nog iets te vragen heeft.
Gedurende dit alles speelt tegen de achterwand een scène uit Shit Film, ook videokunst van Creed. Een Aziatische dame hijst haar jurk op, hurkt, steun, kreunt en gaat pontificaal zitten kakken. Een handjevol mensen vlucht meteen de zaal uit. De rest blijft nog even zitten. Stomgeslagen.
Creed haalt zijn schouders op: “Dáárom houdt ik ook zo van galeries. Die hebben geen stoelen, dus kan je sneller weglopen.”
Work No. 1020 Ballet door Martin Creed. Gezien: Akademietheater, donderdag 26 april.
Dinsdagjournaal Springdance over tempo, tijd, werkelijkheid en vervreemding, en soms over verveling
25 april 2012 | Wijbrand SchaapDeze dinsdag stond in het teken van dagelijkse handelingen die kunst werden, of kunst die tot dagelijkse handeling werd. We zijn daar nog niet helemaal over uit. Daniël Bertina, Fransien van der Putt en Maarten Baanders praten na over Field Works: Office van Heine Avdal en Yukiko Shinozaki, A gesture that is nothing but a threat van Dias en Roriz, MY Private Himalaya van Ibrahim Quraishi en Untried and Untested van Kate Macintosh. Het ging over tempo, tijd, werkelijkheid en vervreemding, en soms over verveling.
Traagheid en extreme duur maken van ”Wild Life Take Away Station” van Ibrahim Quraishi een mysterieus stilleven
22 april 2012 | Daniël BertinaBij binnenkomst is Wild Life Take Away Station al vier uur aan de gang. Twee performers – Diego Agulló en Ria Higler, een jonge man en een oude vrouw – slenteren als suffe zombies door de projectstudio van het Centraal Museum. Ze zijn bleek en spiernaakt, op hun rare sloffen en pruiken na. De twee liggen uitgestrekt over de bank, sjokken rond, drinken wat, laten zich vallen of kruipen tegen elkaar aan. Nietszeggende handelingen, uitgevoerd met uitgestreken smoelen. Wild Life Take Away Station is een meditatieve ervaring: je wordt ondergedompeld in een bewegend stilleven. Van uitgewerkte personages of een duidelijk verhaal is nauwelijks sprake, maar het blijft boeien.
“In mijn kunst probeer ik altijd de logica onderuit te halen,” vertelde choreograaf Ibrahim Quraishi mij in een eerder interview. “Als een kunstwerk nutteloos is, zonder duidelijke betekenis, dan krijg je als toeschouwer de vrijheid om het op je eigen manier te ontcijferen.”
Zo wordt alles en iedereen in Wild Life Take Away Station een onderdeel van een schijnbaar willekeurige compositie. Gedurende de performance lijkt het onderscheid tussen spelers, objecten en toeschouwers langzaam te verdwijnen. In een vervreemdende, luide soundscape zijn twee stemmen te horen, soms amper te volgen door rammelende stadsgeluiden, woest kabaal en kraaknoise. Soms in gesprek – ruziënd, vragend of geruststellend – maar vaker verzonken in dromerige monologen over hun onmogelijke liefde.
In de ruimte ruikt het naar gerookte paling, zweet, nat hooi, stoffige veren en smeulende theaterlampen. In het midden staat een grofhouten eettafel, bezaaid met etensresten en halflege borden, een afgebroken brood en glazen rode wijn. Als een klassiek stilleven. Verbouwereerd probeert een handjevol bezoekers zich een weg te banen door het kitcherige huiskamermeubilair, om niet teveel in de weg te lopen. Het maakt weinig uit: de performers kijken dwars door je heen.
De twee personages zien er dieptragisch uit, maar door hun hopeloze uitstraling en rauwe naakte lichamen krijgt alles wat ze doen een geestige ondertoon. De extreme duur en traagheid geven al hun handelingen, hoe klein of banaal dan ook, steeds weer een nieuwe, mysterieuze lading. Dus blijf je kijken. Uiteindelijk grijpt de vrouw haar partner bij zijn slappe lid, hij betast haar bejaarde borsten. Beide met tuinhandschoenen aan. “Auf wiedersehen” – fluisteren ze elkaar toe.
De originele versie van Wild Life Take Away Station stamt uit 2009 en duurde toen maar liefst 24 uur, non-stop. De versie op Springdance blijft beperkt tot (slechts) vijf. Na ongeveer een uur merk ik plotseling dat de soundscape opnieuw start. En realiseer me dat ik elk besef van tijd heb verloren.
Springdance-Journaal: “Nederlandse dans is heel braaf vergeleken met wat we hier hebben gezien”
22 april 2012 | Wijbrand SchaapOns team is het erover eens: Springdance is op zaterdag écht van start gegaan. Met de installatie ‘Wildlife Take Away Station’ van Ibrahim Quraishi zeker. Recensent Daniël Bertina heeft eigen opnamen gemaakt die in zijn recensie terug zullen komen. En het was voor hem nog meer smullen bij ‘(M)imosa. Twenty Looks or Paris is Burning at The Judson Church (M) van de makers Harrell en Bengolea en Chaignaud en Monteiro Freitas. “Een hysterische travestie-act”, noemt hij het.

En Onze recensenten Ruben Brugman en Fransien van der Putt zagen nu dus echt onnederlands goede dans van de Batsheeva Dance Company uit Israël. Onnederlands, in de letterlijke betekenis: “Nederlandse dans is heel braaf vergeleken bij wat we hier hebben gezien”, zei Fransien van der Putt, en die kan het weten.
Maar het ging uiteindelijk natuurlijk allemaal over seks.
Opening Springdance verkent de twee uitersten van wat het festival te bieden heeft
20 april 2012 | Wijbrand SchaapVooral de deskundigen waren boos over de officiële openingsvoorstelling van Springdance 2012. ”The Rodin Project” van Russel Maliphant was alleen daarom al bijzonder. Zelden is er zoveel gepraat over een openingsvoorstelling, temeer omdat het ook de laatste openingsvoorstelling is van Springdance.

Het 30-jarige festival van vernieuwende dans en performance houdt op te bestaan. Mede onder druk van de subsidiekortingen van het rechtse en kunstonvriendelijke kabinet Rutte-Wilders ziet het zich gedwongen samen te gaan met het eveneens bedreigde Festival aan de Werf in Utrecht. Een fusie die door iedereen wordt toegejuicht, al is er altijd de angst dat het huwelijk dat zowel uit wederzijdse liefde als uit opportunisme geboren is, geen stand zal houden. De tijden worden immers heel moeilijk voor kwetsbare kunst en de mensen die daar van houden.
Festivaldirectrice Bettina Masuch hield een warme, maar ook strijdvaardige toespraak, die alle hoop geeft dat de moderne dans ook bij het nieuwe Springfestival in goede handen is. De ‘amuse’ van het festival, de voorstelling ”I-On” van Ivo Dimchev, deed de liefhebbers van spannend danstheater watertanden. Dat was anders bij de officiële opening.
Bekijk hier het festivaljournaal.