Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

Cultureel Persbureau | 19 June 2013

Scroll to top

Top

Tag-Archief - Cultureel Persbureau

Rotterdamse Schouwburg: meer muziek, meer bezoekers

8 januari 2013 |

Overal loopt het bezoek aan kunst dramatisch terug, behalve, vooralsnog, in Rotterdam. Daar is de Rotterdamnse Schouwburg er in het eerste echte cultuurrampjaar 2012 in geslaagd om het aantal betalende bezoekers gelijk te houden, of zelfs iets te laten stijgen tot ruim 147.500. In het eigen persbericht wijt de directie (nu nog in handen van Jan Zoet) dat aan een scherpere programmering en reprises van succesvolle producties, en een toename van het aantal concerten: Verder lezen

Neutral Hero: Als een stoomlocomotief die traag over je heen tuft #dekeuze

2 oktober 2011 |

‘Ik ga nooit meer naar iets undergrounds’, verzucht een mevrouw bij het verlaten van de zaal. Ze ziet er gepijnigd uit, na ruim anderhalf uur Neutral Hero van regisseur Richard Maxwell en de New York City Players.
De papieren omschrijving van de voorstelling kan een potentiële bezoeker dan ook op het verkeerde been zetten. Een ‘country opera’ klinkt veel te gezellig voor deze met militaire precisie uitgevoerde exercitie. Alsof regisseur Maxwell bij wijze van vertelvorm het software programma ‘Google Earth’ naar het toneel heeft vertaald: eerst horen we over de wolken en de zon, dan het land, dan het dorp, dan de huizen.

foto Michael Schmelling

Steeds zoomt elk van de twaalf vertellers met een overvloed aan details in op een typisch Amerikaans stadje met typisch Amerikaanse fenomenen, zoals motelketens, eetketens en Tuffy’s dog food. Een gehucht zonder naam, waar de held woont die zijn vader zoekt en ‘weer wil voelen’.
Als pionnen verplaatsen de spelers zich stijfjes ten opzichte van de twaalf stoelen die in een wijde cirkel op het verder lege toneel zijn gezet. Soms staan ze tegenover elkaar, soms naast elkaar. Altijd in strakke lijnen, blik op oneindig. Alsof een god (of een godin, waar één van de spelers het over heeft) zich vermaakt met een potje mensen-schaak. Ze zingen met uitgestreken gezichten ietwat treurige liedjes en vertellen monotoon hoe het hun held vergaat. Het verhaal wordt afgewisseld met – al even emotieloos – vertelde anekdotes vol geweld, incest en een algemeen gebrek aan liefde.
Het gaat maar door. Alsof er op de achtergrond een onzichtbare metronoom met het stuk meetikt. Onzichtbaar maar onwrikbaar. Het publiek schuift onrustig onder dat strakke juk. De kijkers worden net als de spelers met een subtiele belichting in dat ritme, in die sfeer meegetrokken. Soms rood, soms blauw, soms wit kleurt de zaal. Een stoomlocomotief die traag over je heen tuft, keert en opnieuw over je heen tuft. Je denkt nog dat het meevalt maar iedere keer word je een beetje platter. Dat is verontrustend, maar ook indrukwekkend. Over een paar jaar weet je het verhaal misschien niet meer, maar de sfeer etst zich in je hoofd.
Drie toeschouwers verlaten de zaal op het moment dat het inzoomen klaar is en de spelers beginnen aan even traag uitzoomen en daarmee aan het ruime kwartier dat de voorstelling te lang duurt. Dat is jammer, want uiteindelijk missen ze een stuk dat niet het publiek wil behagen, maar waarin de regisseur een last van zijn schouders werpt. Dit is de mens. Zo erg is het echt. We zingen er een liedje bij, we kijken ernaar en we gaan weer naar huis. En onder al die uitgestreken smoelen woelt het leven. Als een onbeschrijfbaar verlangen, een niet te vangen gegeven. De held wil weer voelen, maar hij voelt al. Dat moet haast wel. Moet. Haast. Wel.

Sarah Moeremans kampeert in de schouwburg en laat jonge acteurs er tijdens #dekeuze alle hoeken van zien

1 oktober 2011 |

Regisseur, actrice en theatervormgeefster Sarah Moeremans houdt een jaar lang kantoor in de hal van de Rotterdamse Schouwburg. Onder de  titel “My First Camp” heeft zij haar intrek genomen in het voorhuis, om meer in contact te staan met de verschillende gebruikers en bezoekers in het gebouw en de wereld daar omheen. Is de publieke ruimte een wildernis geworden, die door theatermaker Moeremans als een padvindster opnieuw moet worden ontdekt? Het is gespeelde naïviteit met een serieuze ondertoon. Verwijzend naar het door Huizinga ontwikkelde begrip Homo Ludens en diens onderscheid tussen ongevaarlijke kwajongensstreken en het serieuze spel, is Moeremans wel degelijk op zoek naar hoe zij als kunstenaar een relevante rol kan spelen, ook maatschappelijk.

Eén van de activiteiten die Moeremans tijdens dit kampeerjaar onderneemt, is “My First Acting”. Tijdens de Internationale Keuze zijn toneelschoolstudenten alle voorstellingen gaan zien. Ze verdiepten zich daarbij vooral in de spelopvattingen. Hun dagen zijn tot de nok gevuld: ’s avonds voorstellingen, overdag workshops, gesprekken en het onderzoek, dat in een “semi-wetenschappelijk” filmverslag moet worden vastgelegd en aan het einde van het festival online gaat. Een Rollercoaster-zelfonderzoek voor piepjonge acteurs.

Waarom is “My First Acting” eigenlijk nodig? Komen studenten niet al zelf met van alles in aanraking op de opleidingen en in de Nederlandse theaters?

“Het Nederlandse theaterlandschap is geen zeer divers pallet van speelstijlen, terwijl in het festival radicaal verschillende werkwijzen naast elkaar worden getoond. Veel mensen kijken alleen hoogtepunten. Alles zien is uitputtend, maar het is heel goed om doordrongen te raken van de diversiteit. Het vak van acteur heeft zich niet erg ontwikkeld. Het doe-maar-gewoon-realisme viert hoogtij. Een festival van deze kwaliteit is een supergoede gelegenheid voor jonge acteurs om verschillende spelopvattingen aan den lijve te ondervinden. Ze worden met uitersten geconfronteerd en aan het denken gezet. Ik wil dat ze leren kiezen, dat ze niet gaan zitten wachten tot ze gekozen worden. Ik wil dat ze de rijkdom leren zien in plaats van zich als slachtoffer op te stellen.”

Een emancipatie-project?

“Het zijn rare tijden. Het oude cliché van ouders die hun kind waarschuwen in godsnaam een serieus beroep te kiezen en niet zoiets als ‘kunst’ te gaan doen, is terug. Alles wordt op één hoop gegooid. Het veld is onzeker. Dat dringt overal door, zeker bij de jongste generatie. De passie van acteurs als Fabian Hinrichs of Juan Loriente, hoe zij hun beroep serieus nemen, radicale keuzes maken en daar internationaal respect mee afdwingen, dat kan inspireren en een voorbeeld zijn. Als het zo vast zit, zoals nu in Nederland, dan is het belangrijk terug te gaan naar de basis, naar de eenvoud van stem en lichaam en verder niets. Op een naïeve manier belangrijke zaken opnieuw ontdekken. Dat geldt voor mij en My First Camp, en dat geldt voor de jonge acteur en hun My First Acting. Zoals het Festival ook zegt: we leven in parallelle werelden. Er is niet één waarheid, niet één wereld. Dat geldt ook voor speelstijlen. Het is belangrijk een idee te hebben van wat er allemaal mogelijk is voordat je kiest. En je geen keuze te laten opdringen. Zelf nadenken is wat anders dan er op los fantaseren. Actie Tomaat was zeker belangrijk, maar het ging vooral over vrijheid. Ik denk dat het nu meer over verantwoordelijkheid zal gaan.

Lukt het de studenten zich over te geven en hun kop erbij te houden met zoveel indrukken?

Sommigen krijgen er energie van en kunnen niet wachten tot de volgende voorstelling. Anderen klappen soms dicht. Het is heel makkelijk om te zeggen dat een acteur zichzelf moet blijven, eigen keuzes moet maken, maar wat betekent dat dan? Ze beginnen hun smaak te ontdekken, leren die te benoemen. Een student realiseerde zich dat hij al na een kwartier besliste of een voorstelling goed was of slecht. Dat sluit veel uit denk ik. Geef tijd, neem waar, wat zie je eigenlijk? Stel dat snelle oordelen uit. Je mening zal alleen meer onderbouwd zijn. Probeer je te verplaatsen in iets dat je vreemd is. Ik moest tijdens mijn opleiding aan de Herman Theirlinck ook Kniertje spelen of de stem van Sarah Bernard van een geluidsband nadoen. Dingen doen die niet evident zijn, leren je vaak het meeste. Daarom vraag ik de studenten ook om scènes van uit de voorstellingen na te spelen. Het gaat niet om eigen interpretatie, maar om je te verdiepen in iets wat je nog niet kent, misschien helemaal niet aantrekkelijk vind. Als acteur zit je in dit project niet om bevestigd te worden, dat gaat echt niet lukken. Maar ze komen er gesterkt uit, door alle ervaringen en de risico’s die ze moeten nemen.”

Moeremans lacht.

“Ik hou van het devies van Schlingensief. ‘Willen, kunnen, doen. En kunnen kun je weglaten.’ Dat komt ook terug in de opdracht om een documentaire te maken. De studenten zijn natuurlijk van de generatie die zichzelf en anderen voortdurend filmt en volgt. Maar monteren en een samenhangend verslag maken, dat is wat anders, daar worden ze ook niet voor opgeleid. Het is onder deze tijdsdruk een kwestie van willen en doen. Er is geen ruimte voor excuses zoeken buiten jezelf. Ik denk dat ze dat goed kunnen gebruiken, wij allemaal wel, in deze tijd.”

 

Enhanced by Zemanta

Kan een lap plastic verdrietig zijn? Wel in het theater van Lotte van den Berg #dekeuze

27 september 2011 |

Kan een plastic lap verdrietig zijn? Wel in de handen van een poppenspeler in een voorstelling van Lotte van den Berg. De plastic lap is met een paar stukjes tape en veel goed gemikte knopen veranderd in iets met vier ledematen en een hoofd. En de plastic lap rouwt in de handen van zijn bespeler om tientallen net zo in elkaar geknoopte plastic lappen die geen bespeler hebben. Kijk. Zo’n beeld pakt dus, net als het beeld waarin we de plastic lappen het eerst leerden kennen: Opgejaagd door rondom opgestelde orkaanmachines, hulpeloos wervelend in een kleine theatertornado.

Foto: Willem Weemhoff

We hebben dit kunnen zien, kijkend naar ‘Les Spectateurs’. Het is de voorstelling die Lotte van den Berg maakte, geïnspireerd door vier maanden veldwerk in de Congolese hoofdstad Kinshasa. Vorig jaar waren we erbij toen ze vers uit het vliegtuig in het Rotterdamse theater De Gouvernestraat met haar spelers publiekelijk de koffers uitpakte. Wie toen had verwacht verhalen te horen over armoede en eeuwenoude tradities en over wat wij daarvan konden leren, werd teleurgesteld. Ook niks over koloniale schuldgevoelens en redeloos stammengeweld. Zo zit Kinshasa niet in elkaar. Zo zit Lotte van den Berg niet in elkaar.

Wat ze wel vertelde? Hoe het theater daar in Congo zo op straat ligt dat niemand het merkt als je echt theater maakt. Iedereen loopt en praat er tenminste doorheen. Na een paar aanvankelijke momenten van ergernis besloot Van den Berg zich erbij neer te leggen en haar theater aan de straten van Kinshasa aan te passen. Geen scheiding meer tussen publiek en spelers. Zo ontstonden er wat interessante happenings waar iedereen tegelijk wel en niet aan meedeed.

En dat wil ze hier ook voor elkaar krijgen. Dat is lastig. Wij zijn immers geconditioneerd om, zodra we ook maar iets van theater of kunst vermoeden, er een stoel bij te pakken en te gaan kijken. Comfortabel op de tribune op zeker twee, maar liever vijf meter afstand van de kunstenaar. En wee het gebeente van de maker die de kijker mee wil laten doen. Van participerend theater hebben we in de jaren zeventig onze buik vol gekregen, en dat geldt ook voor de generaties die er toen nog niet eens waren. Zo diep gaat dat.

Hoe doet Van den Berg het dan? Ze laat die tornado zien. Ze laat een Afrikaanse vrouw in prachtig ritme een onverstaanbare woordenstroom zingzeggen, die uiteindelijk ten onder gaat in de storm. Een prachtig meisje doet even later een al even huiveringwekkend, dadaistisch spraakexperiment terwijl al die tijd een zwarte jongen naar het publiek kijkt. Niet per se onvriendelijk, maar met die plastic zakken als mensenflarden door de ruimte gesmeten ontkom je niet geheel aan een wat unheimisch gevoel.

En dan schenken ze glaasjes water, wijn en sinaasappelsap in en is het zo’n beetje afgelopen. Tenminste, als de Afrikaanse stemkunstenares tussen de toeschouwers haar lied nog eens heeft herhaald terwijl de zwarte jongen vanaf de half lege tribune op de toeschouwers op het speelvlak heeft neergekeken.

Wat we ermee moeten is een heel goeie vraag. De voorstelling lijkt ook niet om duiding te vragen: de beelden zijn wat ze zijn, doe ermee wat je goeddunkt. Je zou kunnen zeggen dat dit stuk van een uur wat mager is als resultaat van een half jaar gezelschapsverblijf in Afrika en een repetitieproces van een paar maanden. Je zou dat ook niet kunnen zeggen. Je zou ook kunnen zeggen dat het juist heel veel is, wat er in die voorstelling is gestopt.

Zelf blijf ik het antwoord nog even schuldig,

Les Spectateurs door OMSK. Gezien op 27 september in Theater De Gouvernestraat ikv De Internationale Keuze. Daar nog te zien op 28 september. Inlichtingen

 

Enhanced by Zemanta

De toekomst zien, bouwen en proeven tijdens een spannende fietstocht door Rotterdam met Parfum de BoemBoem #dekeuze

25 september 2011 |

Een stoet felrode en groene fietsen slingert langs de Maas, bereden door mensen die nieuwsgierig om zich heen kijken, met elkaar overleggen en zich elk moment afvragen of ‘dit er nou bij hoort’. Het toegangskaartje van Parfum de BoemBoem in hun zak is het bewijs: het gaat hier niet om een gewone fietstocht, maar om een met theatrale verrassingen. Gids Sereh geniet van de vragende blikken en leidt de groep naar de eerste locatie: de afvalverbrandingsinstallatie in Rotterdam-Zuid. Verder lezen

Toekomsteten van overlast gevende beesten door elkaar geklutst met spreekbeurt over energie #dekeuze

25 september 2011 |

Luister hier naar de podcast/work in progress van Jowi Schmitz die samen met chefkok Natasja Postma de manifestatie bezocht: 

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Liposuctie vet. Bloed. Kots. ‘Zo kan je er ook naar kijken!’ zegt de fooddesigner van de Appetitheek opgetogen. Het deert haar niet dat haar dungeworden drilpudding, bewerkte cola en haar geelwitte klontjes rundersalade nog niet op hun appetijtelijkst zijn. Waar het om gaat is hergebruik. Om een effectievere toekomst en ja, misschien moet ze de presentatie nog iets beter uitwerken.


Aan enthousiasme geen gebrek ook bij de andere kraampjes van Foodlab 2020 op het Schouwburgplein in Rotterdam. Geen high tech moleculair koken of dure machines, wel leuke vondsten, wilde plannen en verrassend voor de hand liggende oplossingen waar je zelf niet op zou komen.
Er is een 3Dprinter waarmee nu nog plastic bekers worden geprint maar waarmee volgens de uitbater in de toekomst ook best chocolade kan worden gebouwd. ‘Dat is nu nog wat ingewikkeld’. Verder is er salade van wilde planten uit de stad, een set met handige tekeningen van de betreffende planten voor de ijverige doe-het-zelver. Er zijn smakelijke wieren uit de Oosterschelde die nog op een professionele producent wachten, er zijn maden door de cruesli (enorm veel proteïne), compleet met toekomstig kookboek (april 2012): ‘Het Insectenkookboek’. En overal mag geproefd worden.
Een charmante, niet al te grote eetmarkt met een tikkie pretentieuze titel dus, maar waarom daar een programma in vier delen over Energie van Davis Freeman doorheen zit gemixt, begrijpt niemand. Wéét zelfs niet iedereen – de dames van het wier gaan meteen op jacht naar vrijkaartjes.
Zijn Foodlab en Freeman twee door een programmeur bij elkaar geroerde ingrediënten?
Ook na het zien van Defining Energy, deel 1 van de vier performances die Freeman presenteert, wordt de samenhang niet duidelijker. Defining Energy lijkt nog het meest op een spreekbeurt over Energie. ‘Edison bedacht de gloeilamp en die gloeilamp wordt binnenkort niet meer gemaakt.’ Nee maar.
Hoewel uw verslaggever, eerlijk is eerlijk, niet wist dat Edison een keer een olifant heeft geëlektrocuteerd. (Nu wel, er zijn zelfs filmpjes over.

De Olifant heette Topsy.

Bijkomend probleem van Defining Energy is de chemie tussen beide performers, ten gunste van Freeman overigens, want de andere performer heeft haar dat meestal als een pruikje voor zijn gezicht hangt en hij zweet overvloedig. Slecht uitgewerkte langdradigheid: het duo beweert er energie mee te willen opwekken maar faalt jammerlijk.

Dan is het buiten beter. Daar is inmiddels het gemotoriseerde Keukentje van het Ongewenst Dier gearriveerd. Er staan kroketten van Schipholgans op het menu en zijn er in de toekomst billen van muskusrat, rivierkreeftsoep uit Amsterdamse grachten en Eendemossels te proeven. Allemaal overlast gevende beesten die nu worden afgeslacht en vernietigd, maar die het beter zouden doen in onze maag, aldus de Keuken. Ze hebben gelijk: de schipholganskroket is heerlijk.
En zo blijkt aan het einde van de dag toch nog een verband tussen de succesvoller acts en de minder succesvolle elementen van Foodlab en Davis Freeman: Energie en toekomsteten vinden we best, mits goed doordacht en enigszins aantrekkelijk uitgewerkt.
Want de consument van 2011 heeft begrip voor restafval, duurzame energie en planten van de straat. En die consument wil heus zijn best doen voor een leefbaar 2020. Maar het helpt als die toekomst er op zijn minst een béétje lekker uitziet.

Foodlab 2020 en Expanding Energy van Davis Freeman
24 en 25 september vanaf 15u op het Schouwburgplein.

Enhanced by Zemanta

We praten eindeloos over klimaatverandering en dan gaat het licht uit. #dekeuze

22 september 2011 |

Het is de meest gestelde vraag aan actrices: of dat nou moeilijk is, huilen op commando. En steevast antwoordt Carice van Houten of Halina Reijn dan aan Matthijs van Nieuwkerk of Jeroen Pauw dat daar allerlei trucjes voor zijn. Voor huilen. Gewoon aan iets naars denken, tijgerbalsem, uien, en vaseline. Nu blijkt er echter toch iets te zijn waarbij zelfs al die technische middelen je niet aan het huilen kunnen brengen, hoe graag je dat ook zou willen, of hoe nodig het ook mag zijn: een klimaattop.

De Oostenrijkse actrice Anna Mendelssohn probeert in haar solovoorstelling ‘Cry me A River’ een uur lang te huilen terwijl ze in haar eentje in vloeiend Engels een hele klimaattop naspeelt. Niet dat ze niet kan huilen: ze heeft ooit dagenlang gehuild om het smeltende ijs in Groenland en moest later ook steeds huilen als ze bij haar psychotherapeut kwam. Maar toen ging het over haar zelf. Dat klimaat is toch wat anders. Deze frisse dertigster met haar aanstekelijke looks zou erom moeten huilen, maar dat lukt dus niet. Ook niet als je er sentimentele muziek bij draait.

Het is een interessant statement dat Mendelssohn maakt, maar de uitwerking zou beter kunnen. Hoe leuk ze, bijvoorbeeld door zich een huidziekte te schminken, ook aantoont dat de wereld vergaat terwijl wij met zijn allen oeverloos praten, als je laat zien dat iets niet raakt, raakt dat dus ook de toeschouwer niet.

Het theater van Mendelssohn komt een beetje in de buurt van dat van Laura van Dolron‘s stand-up philosophy. Maar deze voorstelling mist net de genialiteit van Van Dolron, omdat er nergens een uitgestoken been of linkse directe op de loer ligt. Als je niet een enkele keer gevloerd ligt, zoals de toeschouwer bij Van Dolron regelmatig overkomt, neem je verder ook niet zoveel van de voorstelling mee naar huis. Zo ook dus bij Mendelssohn: ze vertelt dat het onmogelijk is om werkelijk geraakt te worden door iets groots als de klimaatverandering en dat dat zo zal blijven tot het licht uit gaat. En dan gaat dus aan het einde het licht uit. Leuke vondst, maar ook een die je verder koud laat.

Wat met de toenemende hitte op onze planeet dan wel weer goed uitkomt.

De voorstelling is gezien op 22 september en nog te zien op 23 september 2011. Inlichtingen.

 

 

Enhanced by Zemanta

15.000 hamburger buns vormen een passend toneel voor typisch Spaanse Golgotha Picnic #Internationale Keuze

22 september 2011 |

 

Foto: David Ruano

Spanje en God. Die twee hebben al heel lang iets met elkaar. En voor buitenstaanders niet altijd in even positieve zin. Spanjaarden vonden de inquisitie uit en bekeerden de hele oorspronkelijke bevolking van Zuid Amerika naar de eeuwige jachtvelden. Wanneer kunstenaars zich in de relatie tussen opperwezen en Spanjaard verdiepen, levert dat ook nogal eens confronterende werken op. Neem Goya. In ieder geval is Spaanse kunst altijd bezwangerd van religieuze – katholieke – thematiek. In het theater was La Fura dels Baus zo’n club die ooit begon als marginaal kettingzagen- en slachthuistheater. Ze hebben inmiddels, tot leedwezen van de oude vrienden, de mainstream van het gothic amusement ontdekt, waardoor hun kitsch die van de kerk verre overschrijdt.

Tijd dus voor iets nieuws, en dan niet alleen een nieuw gezelschap, maar ook een nieuwe visie op die eeuwenoude verstrengeling tussen latijn en religie. Enter Rodrigo Garcia met zijn Carniceta Teatro (Theater de Slagerij). Nog steeds gaat het om God, vlees en bloed, maar wat het gezelschap in de Internationale Keuze laat zien is andere koek. Letterlijk, want het speelvlak bestaat uit een kleine 15.000 ‘buns’, ofwel de kleffe deegwaar die om de hamburgers van MacDonalds heen zit.

Op die deegwaar vindt de ‘Golgotha Picnic’ plaats, een volslagen associatief gebeuren waarin vijf acteurs zich steeds meer verliezen in liederlijkheid rond het thema lijden, christus en gevallen engelen.

De voorstelling is ondanks het soms nogal gore beeldmateriaal verrassend verstild en aangenaam om mee te maken. Dat ligt niet in de laatste plaats aan de teksten van Rodrigo Garcia, die prettig prikkelen. Vrij associërend op het thema Jezus, eindtijd, consumptie en Verlosser komt hij zo op het idee dat de Messias als revolutionair een modderfiguur sloeg: hij had immers slechts twaalf volgelingen, dat doen de populisten en terroristen van vandaag toch beter. En voor levenswijsheid moet je ook al niet bij hem wezen, noch bij een van zijn opvolgers, vindt Garcia: ‘Freud weet minder van de menselijke ziel dan de CEO van Zara stores.’ Of deze: ‘Wie zijn hele leven spaart voor een pelgrimage naar een Indiase goeroe en daarna mediteert verspilt zijn tijd. Je leert meer over de zin van het leven als je vijf minuten kunt praten met de directeur van Coca Cola.’

Enfin, er passeren tussen de bodypaint en anonieme overeters-scènes nog wat briljante en banale teksten over economie en consumptiedwang, en net als het echt vervelend begint te worden verandert de voorstelling compleet van karakter. De bezorgjongen van MacDonalds, tot dan toe een margefiguur in de voorstelling, kleedt zich uit en gaat achter de zojuist opgebrachte concertvleugel zitten. Waarna hij Marino Formenti blijkt te heten en een fenomenaal concertpianist blijkt die uit het hoofd en in opperste concentratie Haydn‘s ‘Sieben Leztzte Wörter’ ten gehore brengt. Een klein uur concert is dat, waar de acteurs al even ontroerd naar luisteren als de toeschouwers. Ondanks dat Monty Python-beeld van die naakte pianist.

Aan het eind valt er een engel uit de hemel, gestoken in een lijkwade-tuniek. Misschien is dat binnenkort wel te koop bij Zara.

Gezien op 21 september in de Rotterdamse Schouwburg. Daar nog te zien op 22 september. Inlichtingen

Enhanced by Zemanta

Ironie en zuiverheid willen naast elkaar staan in ‘Free Mason’ van Tjon Rockon #Internationale Keuze

21 september 2011 |

Je moet maar durven: met een groot houten kruis over de Kruiskade in Rotterdam lopen en “Mason was een vis!” roepen. De drugsverslaafde bewoners van de Pauluskerk, de afwassers van de Chinese restaurants en wachtende passagiers bij de tramhalte kijken er verbijsterd naar. Sandro Lima schreeuwt als een bezeten godsdienstwaanzinnige teksten over Mason de verlosser.

Even ervoor zijn we bij de Schouwburg opgehaald door een oude man in een wit pak die Suriname bezingt, begeleid door een trompet. In een lange sliert lopen de toeschouwers door het centrum van Rotterdam, steeds begeleid door een paar Surinaamse spelers.

Tjon Rockon is een jonge, Rotterdamse theatermaker met Surinaamse roots. Hij viel de afgelopen jaren op als speler in voorstellingen van Made in da Shade en daarna als maker van gedurfde, performance-achtige voorstellingen. Free Mason, met als uitgangspunt Surinaamse begrafenisrituelen, maakte hij op Oerol. Voor De Internationale Keuze bewerkte hij het tot een stedelijke versie, waar het hele verhaal me sowieso meer op z’n plek lijkt.

De optocht eindigt in een open bergruimte onder een stadsflat met veel beton en metalen kooien. Hier staat een grote witte doodskist met een vlag eroverheen. Er is een hond, getrommel, het ruikt naar wierook. We zijn op de begrafenis van ene Mason, maar veel komen we niet over hem te weten. Vijf mannen, allen suri’s met baarden, hebben allemaal zo hun eigen manier om met de dood om te gaan. Het lijkt een soort fantasie-ritueel, met godsdienstige extase, het plengen van sterke drank, winti, het uitdelen van taart, het ritmisch chanten van ‘iene-miene-mutte’ –het publiek doet enthousiast mee – en geborneerde wrok.

Mike Libanon speelt de achterblijver die nog een appeltje te schillen heeft met de overledene: “Maak die kist open! Even verifiëren. Even kijken of ik het niet zelf ben.” Zijn autoriteit geeft de voorstelling gewicht, terwijl de clownerie van Chiron Holwijn (met indianentooi, nertscape en trainingsbroek) het steeds licht houdt. Is dit een serieus begrafenisritueel of worden we met z’n allen in het ootje genomen? De absurde en ironische toon is prettig ambigu en deed me denken aan De Warme Winkel en Nik van den Berg.

Dan breekt regisseur Tjon Rockon gewelddadig in in de voorstelling. Met stoelen smijtend verwijt hij de spelers dat ze maar wat doen: “Wat heb jij eigenlijk met Suriname?” Het is een rare ingreep, vooral omdat hij zonder veel verdere uitleg van het toneel verdwijnt en het ritueel gewoon doorgaat, maar nu met een iets oprechtere toon. De overgebleven spelers kleden zich allemaal in het wit en nemen de kist mee naar buiten, waar de dansende stoet in een park tussen enkele vuren eindigt.

Zo is Free Mason een nogal dubbelhartige voorstelling geworden, waar ironie en zuiverheid naast elkaar willen staan. Als je dat bewust wilt doen is het lastig, maar als je het gewoon laat gebeuren, zoals Lima met het kruis voor de Pauluskerk, is het schitterend.

Free Mason is nog te zien t/m 23/9.

Nog geen revolutie in Rotterdam

21 september 2011 |

Thierry Baudet en Willem Schinkel

Veel meer mensen hebben de Koningin met Prinsjesdag toegezwaaid dan dat er een dag eerder op het Malieveld stonden om tegen de bezuinigingen te protesteren. Waarom zijn we niet in staat om in opstand te komen? En wat kunnen we leren van de opstand van het Tahrirplein. Dat waren enkele vragen die voorbij kwamen tijdens ‘Lessen in revolte’, het debat van de Internationale Keuze.

 ‘We hebben vanavond geen opstand ontketend’, zou presentator Lex Bohmeijer aan het eind van het debat enigszins beteuterd constateren. Misschien zijn we er – zeker in het keurslijf van een Keurig Nederlands Debat – gewoon niet toe in staat om eens tegen wat conventies aan te schoppen. De keren dat er tijdens de avond onconventioneel tegen haren in werd gestreken, werd dat steeds snel gesust. Aan die gestreken haren lag ook geen klassenbewustzijn ten grondslag of hogere idealen, maar vooral de onverenigbare karakters van socioloog Willem Schinkel en historicus Thierry Baudet.

Terug naar het begin van het debat, terug naar het Tahrirplein. Ruud Gielens, theatermaker, was tijdens de opstand in Cairo en maakte een voorstelling over de revolutie: ‘De grootste les voor de activisten’, zei Gielens, ‘was dat de revolutie nu eigenlijk pas echt begint.’ Nu de militaire macht zich dreigt te consolideren zullen de revolutionairen van tactiek moeten veranderen. Maar het ontbreekt aan leiders om de revolutie voort te zetten. ‘Het mooie van revolutie was dat er geen leiders waren. Maar nu zijn ze wel nodig, dacht Gielens.

Openluchtmuseum

De sprekers waren het snel eens dat wat er in Egypte gebeurt hoopvol stemt, maar dat het Westen voorzichtig moet zijn om de eigen ideeën van vrijheid en revolutie op de gebeurtenissen te projecteren. Willem Schinkels: ‘Die opstand is net zo goed een opstand tegen ons en onze regeringen die decennia lang de dictatoriale regimes in stand hebben gehouden. Ons past bescheidenheid en zelfreflectie.’ Gielens: ‘Het eerste spandoek wat er op het parlement hing zei: ‘No Foreign Intervention.’

We vinden onszelf in Europa nog heel erg belangrijk, maar onze rol in de wereld is uitgespeeld, stelde het panel vervolgens unaniem vast.  Benali: ‘We zijn te rijk en te oud. Niemand wil overwerken en we zijn alleen maar pessimistisch. Europa is een openluchtmuseum. Er is ook niks waartegen we in opstand zouden moeten komen.’ Schinkels vulde daarbij aan dat onze ideologieën uit de 19e-eeuw zijn uitgeput.

Toch roept de bejaarde Franse schrijver Stéphane Hessel in zijn boekje ‘Indignez-vous’ op om ons te verzetten tegen de felbevochten waarden die we nu verkwanselen. De vraag is echter, zei Baudet, of die opstand de oplossing is. Hessel wil vooral terug naar het oude, terwijl we juist vooruit moeten kijken. Het systeem zoals we dat nu hebben gecreëerd is onhoudbaar geworden.

Oud-politica Hedy D’Ancona was blij met ‘Indignez-vous’: het neemt geen genoegen met de status quo. ‘Het gaat over een hoop die ik nog steeds koester. Ik wens me niet te schikken in de onrechtvaardigheid die ons nu wordt voorgeschoteld.’

Steggelen op Radio Een

Het probleem, vindt Schinkels, zit vooral in de depolitisering van de politiek. Onder Paars werd politiek ‘probleemmanagement.’ Baudet: ‘Maar uit het populisme blijkt toch juist een grote terugkeer naar de politiek.’ Schinkels: ‘Dat is nu juist het tragische van het populisme. Het komt in opstand tegen die depolitisering, maar uiteindelijk vinden ze vooral dat zij de problemen nog efficiënter gaan oplossen.’

De tegenstelling tussen Baudet en Schinkels begon nu lekker te broeien en ook Benali kwam in opstand, omdat het gesprek nu wel erg ver wegdreef van de opstand. Maar volgens de mores van het debat werd die revolte snel gesust.

Ook D’Ancona gaf aan dat alles in haar woelde om in opstand te komen. Maar dan vooral om los te komen van de bestaande structuren, van de politieke partijen misschien wel. Want ook die – ook de linkse – hebben geen wezenlijke nieuwe visies en lopen vast in hetzelfde discours. Benali was het met haar eens. We zijn blind voor de grote veranderingen in de wereld en ondertussen steggelen we met one-liners op Radio Een. Volgens Benali kan kunst ons helpen om fictieve alternatieven op de werkelijkheid te bieden. Maar aan de andere kant ontstaat revolutie pas echt als je ook echt iets te verliezen hebt. En dat hebben we niet. D’Ancona: ‘We moeten creatief aan de slag met de barre werkelijkheid en daarvoor heb je ook kunstenaars nodig.’

De opmerkingen over kunst leverden nog een snibbig debatje over de bezuinigingen op, dat snel werd afgekapt door Bohlmeijer. Terug naar het Tahrirplein en de revolutie ging het weer en naar de vraag, vanuit het publiek opgeroepen door theatermaker Guido Kleene, waarom juist in Egypte de revolutie kon ontstaan. Voor een revolutie, dacht Schinkels, is een stedelijke klasse nodig, een bevolking met veel jongeren en een sociaal probleem, dat in Egypte werd gevormd door de hoge voedselprijzen.

In Nederland, stelde hij nog maar eens vast, doen zich niet echt de ideale omstandigheden voor een revolutie voor. ‘We hebben een hele brede middenklasse, waardoor ook de politiek nauwelijks is gedifferentieerd. Als je ergens in het midden gaat zitten, zit je altijd goed. Misschien als de kloof tussen arm en rijk door de kabinetsmaatregelen nog groter wordt…’

‘This is not a love story’ is intiem en eenvoudig, maar neemt je mee op een reis waarvoor de aardbol niet groot genoeg is #Internationale Keuze

19 september 2011 |

Wat is je relatie met walvissen? A. Totaal niet in geïnteresseerd. B. Een beetje geïnteresseerd. C. Heel erg dol op walvissen.
Zo’n vraag hoor je niet vaak in het dagelijks leven. Hij komt voor in ‘This is not a love story’, een vertelde, gedanste en gemusiceerde ‘Zweedse roadmovie’ van choreografe/filmmaakster Gunilla Heilborn. Een reis die Heilborn met de dansers Johan Thelander en Kristiina Viala heeft gemaakt van Tromsö naar Lissabon leverde het materiaal voor deze voorstelling. Verder lezen

Pollesch en Hinrichs maken van openingsavond De Keuze een theaterfilosofische happening #De Internationale Keuze

17 september 2011 |

Voor de openingsavond van De Internationale Keuze is de Rotterdamse Schouwburg even omgetoverd tot de Volksbühne in Berlijn. Dezelfde zwart plastic lappen aan de wanden, hetzelfde lelijke gele voordoek en – het meest in het oog springend – de stoelen in de zaal zijn vervangen door witte zitzakken. Die zitzakken worden in Berlijn overigens alom verfoeid en bespot. Ze moeten immers vooral verhullen dat de Oostberlijnse Volksbühne lang niet zoveel bezoekers meer trekt als in de hoogtijdagen van het revolutionaire theaterbolwerk in de jaren negentig.

Maar goed, bij de voorstelling Ich schau dir in die Augen, gesellschaftlicher Verblendungs zusammenhang! passen ze dan weer uitstekend. Voor Nederland is het niet de eerste kennismaking met het werk van de Duitse theatermaker René Pollesch, maar zo prominent stond hij hier nog niet. Vorig jaar zou hij op De Internationale Keuze te zien zijn met de voorstelling Der perfekte Tag (net als Ich schau dir in die Augen… een solo van toneelspeler Fabian Hinrichs) maar Hinrichs brak toen zijn been en de voorstelling ging niet door.

Pollesch is een typisch exponent van de opleiding ‘toegepaste theaterwetenschap’ in Gießen, waar vanuit een theoretische invalshoek het theater bekeken en bedreven wordt. Het levert soms gortdroge, hoogintellectuele exercities op, met theaterteksten op basis van sociologische geschriften vermengd met achttiende-eeuwse boulevardkomedies, maar soms ook fonkelend scherp en ideeënrijk theater-over-theater. Ich schau dir in die Augen… is een eminent voorbeeld van dat laatste.

Waar kijken we naar als we naar iemand op het toneel kijken? Een lichaam? Een representatie? Of een idee? Dat is het centrale probleem van deze voorstelling. Sinds 1971, toen op een conferentie in Bretton Woods de goudstandaard werd losgelaten en het geld niets werkelijks meer representeert, is ook in het theater – volgens Pollesch – elke verbinding tussen wat er te zien is en iets échts louter fantasie, een verhaal. Zelfs het lichaam van de acteur ontkomt daar niet aan; een toeschouwer kan nooit voelen wat een acteur voelt en kijkt dus altijd naar een idee.

Het is de verdienste van de weergaloze Fabian Hinrichs dat deze materie geen droge kost blijft, maar een sprankelende happening wordt. Hij presenteert het met onstuitbare energie als een speels college – steeds onderbroken door old-school hiphop, raggend door het publiek, hangend aan een lampencontraptie, terwijl hij grappen maakt over de boventiteling, halve liedjes speelt op piano, gitaar en drums en de zaal in de maat mee laat klappen. Maar het toppunt is dat hij tegelijkertijd zichzelf als acteur op het toneel problematiseert én daarvan weer een sublieme act maakt.

Ich schau dir in die Augen… is theatraal onderzoek van een niveau dat in Nederland niet alleen onbekend, maar ook ondenkbaar is. Daarvoor is het theoretisch denken hier toch niet algemeen genoeg en daarom zit ons theater nog volstrekt gevangen in de “ellendige gezelligheid van de theaterzaal”. Maar het is wel een fabelachtige voorstelling die alles wat hierna op het festival zal volgen direct in een kader zet, als een nieuwe bril waarmee je alles ineens scherper kunt zien. En daarmee is het misschien wel de ideale openingsvoorstelling voor De Internationale Keuze.

Ich schau dir in die Augen, gesellschaftlicher Verblendungszusammenhang! van de Volksbühne am Rosa Luxemburgplatz Berlin.
Gezien: 16/9/11. Nog te zien op 17/9.

Festival ‘De Internationale Keuze’ opent zoals het hoort: schurend, confronterend en tikje verontrustend #dekeuze

16 september 2011 |

foto Abdelsalam Moussa

Vreemd hoe snel de geschiedenis zich losmaakt van je herinnering. We waren hier zo langzamerhand gaan denken dat de campingopstand op het Tahrirplein in Cairo een soort summer of love was. Dat iedereen er samenzingend rozen in kanonslopen propte en dat de hele wereld slechts bedoeld was om elkaar liefde en hugs te geven.

Tijd voor een lesje in opstand.

De voorstelling ‘Lessons in Revolting’ doet dus precies dat: een lesje leren over hoe oproer in zijn werk gaat. Half documentair, half kunst en half Belgisch. De Vlaming Ruud Gielens, wellicht tegen wil en dank voorzien van het uiterlijk van een klassieke skinhead/voeltbalhooligan, trok samen op met de Egyptische theatermaakster Laila Soliman om met een aantal Egyptische spelers en dansers het gevoel van het Tahrirplein in kunst om te zetten. Het stuk is een combinatie van dans en video, waarbij zeker in de eerste helft de video het ruimschoots wint van de live uitgevoerde dans.

Die video bevat namelijk beelden die Al Jazeera niet heeft vertoond, omdat ze nog op de camera van de makers staan. De documentaire beelden beginnen aan de vooravond van de opstand in januari 2011, wanneer het groepje studenten vol goede moed hoopt het regime in een paar dagen omver te werpen. Het stuk eindigt met beelden en herinneringen aan augustus 2011, nog maar een paar weken geleden, wanneer de vrolijke, en toch gewelddadige revolutie in een diepe impasse terechtkomt tijdens het proces van de afgezette president Mubarak.

De filmbeelden zijn aantrekkelijk en spannend, vooral ook omdat er vrouwen (de vier maaksters) op te zien, maar vooral op te horen zijn. En  vrouwen waren en zijn nog steeds de grote afwezigen bij de Arabische Lente. Je krijgt zo een genuanceerder beeld van de Egyptenaren en van de revolte op dat plein, en je voelt mee met wat er die februarimaand gebeurde, al blijft het afstandelijk.

Naar het einde toe verandert de toon. Het wordt grimmig. Beetje griezelig zelfs. Het hooligan-uiterlijk van Ruud Gielen, gecombineerd met zijn woedende kop en gebaren, contrasteert lelijk met de veel serenere koppen van de Egyptenaren. Maar zij compenseren dat weer door de teksten, die niet alleen in een niet aflatende stroom over ons heen vloeien, maar die ook nog eens hard, fanatiek en weinig vredelievend zijn. Hier staan geen blije mensen om verandering te roepen, maar overheerst razernij.

Volkswoede is iets wat je beter niet tegen kunt komen. Een geest die eenmaal uit de fles is, krijg je er niet meer in totdat die zijn portie bloed en haat heeft gehad. Inmiddels weten heel wat dictators in de wereld dat. Wij, toeschouwers van ‘Lessons in Revolting’, nu ook.

De voorstelling speelt nog t/m zondag 18 september 2011 in de Kleine Zaal van de Rotterdamse Schouwburg. Inlichtingen: www.deinternationalekeuze.nl

Argentijnse levens draaien onafwendbaar de vernieling in bij Mariano Pensotti

27 augustus 2011 |

Draaimolens en toneel hebben iets met elkaar. Vooral de laatste jaren loopt een theaterbezoeker steeds vaker de kans om tegen een zogenaamd draaitoneel aan te kijken. Nadat Johan Simons van deze technische stijlfiguur gebruik maakte bij zijn regie van Hiob bij de Münchener Kammerspiele en Christoph Schlingensief het toneel spectaculair liet draaien bij zijn zwanenzang Mea Culpa is het nu de beurt aan de Argentijn Mariano Pensotti. In zijn voorstelling El pasado es un animal grotesco (het verleden is een verschrikkelijk dier) draait het letterlijk om vier levensverhalen.

Het kleine draaitoneel is van huiselijk hout en geeft ons zicht op vier huiskamertjes in grootsteedse appartementen. Althans, dat valt op te maken uit de verder uiterst sobere en schaarse inrichting.

Vier acteurs vertellen een verhaal over vier meer of minder eenzame zielen in de grote stad. Levens die op zichzelf staan, zielig soms, lachwekkend hier en daar en ook en bizar, zoals het verhaal van de amateurschrijver die opeens wordt opgezadeld met een via de post bezorgde afgehakte hand.

De levens die Pensotti in zijn voorstelling laat zien zijn redelijk herkenbaar voor de moderne grotestadsbewoner, maar staan ook weer verder van ons af dan we denken. Immers: de 10 jaar die het stuk beslaat zijn in Argentinië totaal anders zijn verlopen dan in Nederland. De Argentijnse economie heeft diverse extreme crises gekend, waardoor de middenklasse een stuk minder zeker is van de eigen positie, dan in noordwest Europa. De angst dat spaargeld, pensioen en bezit in één klap kunnen verdampen is in Argentinië een stuk concreter dan hier.

De doem die Pensotti en zijn Argentijnse publiek als vanzelfsprekend boven het stuk zien hangen, ontbreekt hier, en dat maakt het moordende tempo waarin de voorstelling wordt verteld eerder vermoeiend dan onheilszwanger. Hoe perfect de carrousel van klein en groot leed ook in elkaar is gezet, en hoe mooi de spelers hun bijna Hollands informele spel ook vasthouden: het stuk gaat op den duur een beetje vervelen, vooral ook omdat de geschiedenis tamelijk lineair verteld wordt: de jaartallen volgen elkaar keurig en onvermijdelijk op. Net zoals je bij een toespraak aan de resterende stapel papier kunt zien hoe lang de spreker nog te gaan heeft, ga je bij El pasado es un animal grotesco dus onwillekeurig aftellen. Dat is zonde.

Gezien tijdens het Noorderzonfestival in Groningen, op 19 augustus 2011. El pasado es un animal grotesco is in Rotterdam te zien op 27 en 28 september. Inlichtingen.

 

De Internationale keuze van de Rotterdamse Schouwburg was altijd al een persoonlijke keuze

27 augustus 2011 |

Annemie Vanackere

Vorig jaar ging het nog om ‘a sense of belonging’: om het vermogen je ergens thuis te voelen, je ergens bij weten te horen. Dit jaar staat het motto van het eigenzinnige Rotterdamse festival De Internationale Keuze daar bijna lijnrecht tegenover: de parallelle werkelijkheid. In plaats van één plek die warmte biedt, zegt het festival nu dat die plek er eigenlijk niet toe doet. Iedere werkelijkheid is relatief: naast de onze bestaat er altijd een andere en – zoals dat met werkelijkheden gaat – is die ene werkelijkheid voor wie die net uit een andere werkelijkheid komt even concreet als voor de mensen die er al waren.

Annemie Vanackere, sinds het begin van De Internationale Keuze in 2000 verantwoordelijk voor het programma en look & feel van het Rotterdamse festival, ziet geen grens tussen het persoonlijke en het universele. De kreet ‘a sense of belonging’ was  een uitspraak van haar levenspartner Michael Zeeman, die in de zomer van 2009 onverwacht overleed. Dat het thuiskomen daarmee een wel heel wrange invulling kreeg voor de maakster van het festivalprogramma, moge duidelijk zijn. Net als je je thuis gaat voelen valt de warmte weg. Vorig jaar ontbeerde jhet festivaol bovendien ook het eigen huis, omdat de schouwburg werd verbouwd. De persoonlijke tragedie van Vanackere viel ook nog eens samen met de komst van het door populisme gedreven en gedoogde kabinet Rutte, dat kwetsbare kunst als die in De Internationale Keuze uit de grond van het hart haat.

In juni van dit jaar kondigde Vanackere haar vertrek aan. Volgend jaar is ze directeur van een prestigieus Berlijns theater, waar ze de mogelijkheid krijgt om een heel jaar lang haar Internationale Keuzes te maken en te tonen. Ze vertrekt naar een parallelle werkelijkheid, waar zij zich even goed zal thuisvoelen, en dat gevoel spreekt ook uit het programma: het is bijna optimistisch van toon, het zet de ramen en deuren open en laat een noodzakelijke frisse wind door de werkelijkheid van de achterblijvers waaien.

Daarmee is het festival voor het begonnen is al een mooi en waardig afscheidscadeau van Vanackere, wier inbreng in het Nederlandse theater we nog eens hard zullen gaan missen.

Net als vorig jaar brengt het Cultureel Persbureau een online festivaldagkrant uit van De Internationale Keuze. Volg ons en het festival via deze site.

Meer informatie over De Internationale Keuze vindt u hier

Franse theaternerds doen koddige versie van de oerknal bij heropening Rotterdamse Schouwburg

3 oktober 2010 |

Ok, een paar mensen waren misschien een tikje teleurgesteld. Die hadden gehoopt dat de schouwburg van Rotterdam met echte knaller zou heropenen, na de uiterst geslaagde upgrade van het interieur door schrootjeskunstenaar Jan Versweyveld (verlaagd plafond, marmer en tapijt op de trappen). Maar dat kan natuurlijk niet. De Rotterdamse Schouwburg doet namelijk alleen aan knallers als Internationalekeuze-bazin Annemie Vanackere zich er van tevoren van overtuigd heeft dat die knal totaal anders zal uitpakken dan iedereen verwacht. Wie de affiche van het festival van dit jaar goed bekeek, kon al vermoeden dat het een soort van sissertje zou zijn.

Een Frans sissertje. Dat dan weer wel.

Philippe Quesne is zo’n alleraardigste Franse theaternerd die van lieve kleine grappige voorstellinkjes houdt. Hij maakt een soort van objecttheater, waarin acteurs rondlopen die in alles doen denken aan de wezens uit de wereld van Jacques Tati : volledig in zichzelf gekeerd, onbeholpen en onweerstaanbaar grappig om naar te kijken.
In Quesnes wereld gaat het dit keer om stripachtige beelden van het ontstaan van het leven, de ontdekking van het vuur en de apocalyps. Onverstoorbaar zijn de acht spelers bezig, en soms is het resultaat prachtig, maar vaker is het vooral koddig. En soms is het ook gewoon saai en minder vindingrijk dan je zou hopen.

Als afsluiter van deze aparte Internationale Keuze valt ‘Big Bang’ daarom toch een beetje tegen. Deze editie van het jaarlijkse festival vol onverwachte internationale theatervoorstelling was hoe dan ook anders, vanwege de verbouwing van de Schouwburgfoyer. Vrijwel alles was op locatie of in ‘De Gouvernestraat’, het oude onderkomen van Lantaren/Venster. En al vielen sommige dingen tegen, er waren ook onvoorstelbare hoogtepunten mee te maken. De plekken waar sommige gezelschappen speelden hoorden daar zeker toe.

Rotterdam zou er goed aan doen zijn rafelranden te koesteren, net zoals de Rotterdamse Schouwburg met dit festival de rafelranden van het theater koestert. Want aan die rafelranden is de wereld het spannendst. Ook voor Henk en Ingrid.

Le Big Bang is nog te zien op zondag 3 oktober 2010.

Lulligheid tot grote kunst verheven

30 september 2010 |

In het begin denk je op de EO-jongerendag te zijn beland. Een knullig bandje (dwarsfluit, piano/orgel en gitaar) dat varieert op vier of vijf eenvoudige deuntjes, keurig uitgedost met identieke sjaaltjes en nette kleding en op het podium een suikerzoet koor van drie dames in een grijze jurk. Tijdens het zingen gaan ze bij elke vierkwartsmaat met een hupje door de knieën en af en toe maken ze wat armgebaren uit het mimehandboek anno 1950 of doen ze een speels huppelpasje.

Gaandeweg blijkt deze ‘nieuwe lulligheid’ heel strak geregisseerd en gechoreografeerd te zijn en bovendien voorzien van een subtiele knipoog. Life and Times – Episode 1 van Nature Theater of Oklahoma is gebaseerd op een telefoongesprek met Kristin Worrall, een van de leden van het theatergezelschap uit New York. In dat gesprek vertelt ze flarden herinnering aan haar eerste levensjaren, van nul tot acht. Dat verhaal vol uitweidingen, plotselinge invallen en flashbacks dient integraal als libretto. Dat klinkt saai en het is de verdienste van de regisseurs, Pavol Liska en Kelly Copper (die vertellen alles samen te doen, van concept tot uitvoering. “Alleen ben ik maar half’, zegt Pavol), dat ze er in slagen om op grond van een weinig spectaculair verhaal en met de genoemde middelen toch de volle 200 minuten te boeien. De spreektaak is gehandhaafd, inclusief alle verhaspelingen en ‘ums’ en vooral het veelvuldig voorkomende ‘you know like…’. Het grappige is dat die gezongen spreektaal (‘my father was like a um/ you know like a big, silent man’) niet gaat irriteren, maar een eigen poëtische kracht krijgt. De lulligheid wordt tot kunst verheven.

In het eerste deel wordt het ik-verhaal afwisselend door een van de drie actrices gezongen; later komen er drie mannen bij en soms komt de gitarist of een van de andere muzikanten het podum op, om het verhaal verder te vertellen. Omdat er zoveel ‘íkken’ zijn, krijgt het verhaal een universele geldigheid, wordt het als het ware het verhaal van ons allemaal. Een arsenaal aan herkenbare personages en herinneringen komt voorbij: hoe fijn het is om naast je vader te zitten in de grote auto, de eerste juf op de kleuterschool, die ene jongen waarop alle meisjes verliefd waren, loeren achterin de slaapkamerkast van je ouders. Het gaat over jaloezie op je broer of zus en over heimwee naar huis bij de eerste logeerpartij, over dappere pogingen om een muziekinstrumenten te leren beheersen en over hoe stil vader eigenlijk altijd was. Maar groot en sterk.

De voorstelling is tot in de puntjes verzorgd en de eenvoud op alle vlakken – de gemakkelijk in het oor liggende muziek, het acteren dat niet veel verder komt dan de vier basisemoties en de knullige choreografie- past wonderwel bij het perspectief van een volwassene die levendig vertelt over haar jeugdherinneringen. Komisch,heel erg herkenbaar en bij vlagen ook ontroerend.

Life and Times – Episode 1. Gezien: Rotterdam, 29 september, nog te zien op do 30 sept en vr 1 okt.

Even ruiken aan de speciale aanpak van Lotte van den Berg, vers terug uit Afrika

27 september 2010 |

Wat ze doet is kwetsbaar op het confronterende af. Theatermaakster Lotte van den Berg heeft  een zo persoonlijke kijk op de wereld dat die buiten de veilige context van het theater wel eens absurd kan overkomen. Of vervreemdend. Zondag 26 september keerde ze met de leden van haar Dordtse locatietheatergezelschap OMSK terug van een verblijf van vier maanden in de Kongolese hoofdstad Kinshasa. Een volle zaal in de Rotterdamse Gouvernestraat mocht er vervolgens bij zijn toen ze een paar uur na de landing de koffers uitpakten. Verder lezen

‘Ik hou van bier’ in C’est du Chinois klinkt best lekker #dekeuze.

26 september 2010 |

De leraren zeggen het voor, er klinkt een fluitje. Het publiek zegt het na, als was in de handen van de vijf Chinezen op het podium.
Wie de voorstelling C’est du Chinois binnenwandelt, wandelt een taalles Mandarijn binnen. Een effectieve taalles bovendien, je verstaat de twee kleine families– ze zijn pas vier maanden in het land maar van plan om te blijven – na een tijdje daadwerkelijk.

Er zijn moeilijke woorden die oefening vergen. ‘Acteur’ bijvoorbeeld, de vader haalt er zijn Chinese masker voor uit een zak. Er zijn ook verrassend makkelijke: vitamine, tofu, kung fu. ‘Mammá’ zegt de mamma terwijl ze op zichzelf wijst. Ze blaast op het fluitje. ‘Mammá’ echoot het publiek.
Na afloop weet je hoe ‘ik hou van bier’ klinkt. En ook dat het iedere dag regent in Rotterdam. Of iedere dag huilt – dat deel van de lessen gaat wat snel.
Met het huilen sijpelen er persoonlijker zaken door. De dochter is een hippie die niet van werken houdt en de dvd met de taalles die de oudste zoon iedere dag probeert te verkopen is volgens ‘Pappa’ troep.
Het concept is in al zijn eenvoud prachtig. Het leren van een taal als basis van een voorstelling. Samenwerken om elkaar te begrijpen, om Chinéés te begrijpen, de prototypische ‘onbegrijpelijke taal’ – C’est du Chinois is de Franse uitdrukking voor ‘Ik begrijp er niets van’.
De interactie met het publiek maakt het stuk afhankelijk van de geestdrift van de kijkers. Ook dat is mooi, want het geeft kwetsbaarheid. Kijken is meespelen.
De Hongaarse regisseur Edit Kaldor had helemaal niet zo subtiel hoeven zijn. Het aanleren van een taal geeft macht immers, vooral kinderen weten dat als geen ander. Die leren buitenlandse klasgenootjes dat ‘poep’ ‘leraar’ betekent, of ze hameren eindeloos op woorden als ‘Scheveningen’. Mogelijkheden te over om C’est du Chinois uit de hand te laten lopen, niet alleen wat taalles betreft, ook de persoonlijke banden hadden voor een ontwrichting kunnen zorgen.
Maar nee. Het is een beheerste voorstelling van begin tot eind. De spelers zijn lief, soms vertederend en je krijgt een glimp van hun leven te zien, maar niet zo erg dat het pijn doet.
Het gevoel dat achterblijft is dat de spelers en de regisseur net niet boven de lessen zijn uitgestegen. Dat er méér in had gezeten. Een iets schrijnender randje.

Maar misschien isC’est du Chinois zo’n voorstelling die zich nestelt. Dat je er nauwelijks meer aan denkt, maar de eerstvolgende keer dat je in een Chinees restaurant zit opeens ‘ik hou van theater’ uitroept. In het Mandarijn uiteraard.

C’est du Chinois gezien: 25 september in de Gouvernestraat. Nog te zien aldaar: 26 en 27 september.

‘House without a maid’ in Huis Sonneveld inspirerende microkosmos van licht en ruimte #dekeuze

26 september 2010 |

Een intiem huiskamercongres tussen levende kunstwerken. Zo kun je ‘House without a maid, een  ‘gesprekken-, performances- en installatieproject’ van Jorge León en Simone Aughterlony in Huis Sonneveld het best omschrijven. In de voormalige garage van de modernistische villa uit 1932 is een select vrouwelijk gezelschap twee dagen bijeen om te discussiëren over het fenomeen dienstmeid. In andere vertrekken van het imponerende gebouw vinden performances plaats. In sommige kamers staan installaties opgesteld.

Nietsvermoedende architecteurliefhebbers die vanuit het naastgelegen Architecteurinstituut de villa komen bezoeken kijken verbaasd om zich heen.  Zo schuifelt  door de studeerkamer een deur waar een vrouw aan vast zit. In de grote zitkamer aan het balkon strooit een andere dame parelachtige druppels (gestolde tranen?) via de salontafel over de vloer, terwijl een carré van opmaakspiegels caleidoscopisch licht verspreidt. Aan de vergadertafel in het kantoor staart een dame uit het raam. Op de tafel tonen vijf luciferdoosjes met minidisplays videobeelden, die haar verlangen illustreren naar ontsnapping uit dit beklemmende interieur. Al deze prachtige werken verbeelden de open associaties van verschillende kunstenaars over de relatie tussen de huismeid en haar meesteres.

Ondertussen congresseren de vrouwen in de garage verder langs een ogenschijnlijk grillig patroon van ‘archeologische sporen’. Zo doordenken ze het fenomeen huismeid heel verrassend. Historisch antropologe Irene Cieraad houdt een prachtig verhaal over de verborgen paden in negentiende eeuwse huizen, waarlangs het huispersoneel haar taken zo onzichtbaar mogelijk kon vervullen.  De  Amerikaanse schrijfster Aife Murray presenteert bijzondere resultaten van haar onderzoek naar de relatie tussen de dichteres Emily Dickinson en haar huispersoneel.

Dit project is een inspirerende microkosmos voor de ideale ontmoeting tussen wetenschapper, kunstenaar en publiek.  Willekeurig denk je terug aan het Keuzedebat, dat hierbij bleek afsteekt.  Wat zou het heerlijk zijn om in deze initeme setting door te kunnen praten over het project van ‘de kunstenaar als participerende socioloog’ en temidden van de kunstwerken zelf op zoek te kunnen gaan naar de sporen van een verborgen werkelijkheid.  Leon en Aughterlony hebben hier een geslaagde plek van figuurlijk licht en ruimte geschapen, die naadloos aansluit bij het bijzondere licht en de ruimte in het Huis Sonneveld.

‘House without a Maid’ van Jorge León & Simone Aughterlony. Gezien:Huis Sonneveld, zaterdag 25 september tijdens de Internationale Keuze van de Rotterdamse Schouwburg. Daar nog te zien op 26 september.

foto’s: René Castelijn

Veelstemmig ‘Deserve’ verbluffend diepgravende compositie over dienstbaarheid #dekeuze

25 september 2010 |

‘Dus, dokter Lacan, zijn vrouwen gevoeliger voor gekte? … Is de man vatbaar voor hysterie?’ In ‘Deserve’, onderdeel van het drieluik over de dienstmeid van Jorge León en Simone Aughterlony, graven de makers diep, heel diep.  Ze volgen de intrigerende lijn van de grote ontmaskeraars in onze denkgeschiedenis: van Hegels meester-slaaf analyse via Marx en Freud naar de Franse psychoanalyticus Jacques Lacan.

Kern van het stuk is dan ook zijn methode van het uit elkaar breken van de talige, symbolisch orde om te kunnen begrijpen wat er werkelijk aan de hand is. Is ‘Deserve’ hiermee een saai programmatisch onderzoek? Absoluut het tegenovergestelde. De makers slagen erin om de puzzel van het onderzoek spanningsvol en met veel gevoel voor absurdistische humor uit te voeren. Daarbij zijn de theatrale middelen die ze kiezen zo consequent en radicaal dat je voortdurend op het puntje van je stoel zit. Zo is de openingsscène, waarin een ‘madame’ door haar bedienden haar interieur laat inrichten, een meesterlijk ballet met een eindeloze reeks aan huishoudelijke voorwerpen. Die verbeeldt de wankelheid van de menselijke psyche: het wanhopig streven naar orde in de chaos en de ernstige psychosen die optreden wanneer individuen elkaar gevangen houden in een bemiddelende meester-slaaf relatie.

Om dit alles te kunnen ervaren wordt een overdonderende veelstemmigheid ingezet om deze relatie tot zijn kern te ontleden. Historische tekstfragmenten, muziek, dans en absurdistisch doorgevoerde theatrale situaties vloeien in elkaar over of lopen dwars door elkaar. Maar deze veelstemmigheid is zo knap georkestreerd dat er een geslaagde compositie blijft bestaan zonder dat je de aparte stemmen kunt aanwijzen.  Hiermee is er dus ook geen lineaire betekenis maar een volle ervaring van een polyfonie aan stemmen die overweldigt en tegelijk tot denken aanzet. Om dit te ervaren is geen enkele kennis van Lacan nodig. Zijn naam doet in het stuk dan ook niet terzake, tenzij je wilt weten waar de inspiratie voor dit overdonderend theateridioom ligt.
Dit idioom is al jaren het handelsmerk van Aughterlony die al eerder in Rotterdam te zien was met onder meer ‘Sweet dreams are made’ en ‘Between amateurs’. Het is goed te zien dat ze niets aan radicaliteit terugneemt. Ook ‘Deserve’ voert je naar een kern die zo indringend wordt geserveerd, dat je niet anders kan dan beleven en nadenken. Zo dacht Hegel dat onze geest zich noodzakelijk tot individuele vrijheid zou ontplooien. ‘To Serve: Deserve’ toont dat we er nog lang niet zijn. Voor de avontuurlijke van geest.

‘Deserve’ van Jorge Leon & Simone Aughterlony. Gezien: vrijdag 24 september tijdens de Internationale Keuze van de Rotterdamse Schouwburg op locatie in de Gouvernestraat. Daar nog te zien op 25 september.

Introvert Keuzedebat in De Unie: Kunstenaar als participerende socioloog #dekeuze

24 september 2010 |

Het debatseizoen in Rotterdam is dit jaar geopend in de vernieuwde zaal van De Unie. De net opgeleverde ruimte doet prettig en intiem aan. Des te opmerkelijker de uitspraak van gespreksleider Natasja van den Berg dat vragen vanuit de zaal niet zijn toegestaan ‘omdat die toch nergens over gaan’. Dat klinkt niet echt als warm welkom in een debatcentrum. Weliswaar leverde het podiumgesprek onder haar strakke leiding een verrassende meerwaarde. De uiterst diverse sprekers vonden elkaar in een prikkelende conclusie: de hedendaagse kunstenaar als participerend socioloog. Maar vooralsnog sloot het debat zelf publieksparticipatie uit.
Helemaal uit de lucht vallen kwam het verbod van van den Berg niet. Traditioneel begint het debatseizoen van de Unie altijd met het Keuzedebat dat plaats vindt op het podium van de Grote Zaal van de Rotterdamse Schouwburg. Vanwege de fysieke scheiding tussen podium en publiek is dit meer een ‘talk show’ waarin vragen lastig zijn. Maar in de intieme setting  van de Unie komt het verbod wat arrogant over.
Het debat zelf maakte overigens een frisse indruk. Naast Van den Berg (1975) was er een jonge garde bestaande uit de kunstenaars Jorge Leon en Jonas Staal en de socioloog Willem Schinkel. Als evenwicht waren er de meer ervaren dramaturg  Marianne Van Kerkhoven en politicus Ruud Vreeman.
Vooral Van Kerkhove blijkt een bijzondere mix van bevlogendheid en levenswijsheid. Van haar hand is de indrukwekkende installatiereeks ‘K, a Society’. Deze reeks  toont volgens haar zeggen mensen zoals ze te zien zouden zijn in een ‘eindbeeld van de wereld’.
De jonge filmmaker Jorge Leon is een avonturier. Hij werkt met kunstenaars samen op de grens van beeldende kunst, dans en theater. Het drieluik ‘To Serve’ is van zijn hand. Luciditeit of helderheid van geest vindt hij het belangrijkste aspect van kunst. De vorm doet er verder niet meer toe.
Jonas Staal (1981), de Rotterdamse ‘agitator’, propageert ‘een hernieuwd streven naar kunst voor iedereen  waarin jonge kunstenaars en progressieve politiek weer een gemeeschappelijk project moet formuleren’.
Ruud Vreeman (1947) concludeert dat de politiek zou moeten leren van ‘identificatie- en verwonderingsmogelijkheden’van de kunst. Hierdoor zouden populisme en vernieuwingspolitiek samen gedacht kunnen worden.
Het is uiteindelijk Willem Schinkel (1976) die de aanzet geeft tot de lucide conclusie van kunstenaar als participerend socioloog waar de sprekers zich uiteindelijk bij thuis voelen. Kernvraag in de hedendaagse kunst is volgens hem de vraag naar ‘de relatie van de kunstenaar met zijn sociale omgeving. Hiermee zijn mondiale ongelijkheid, uitbuiting en onderdrukking kunstthema’s geworden’. Zo wordt de kunstenaar een participerend onderzoeker, maar moet zich tegelijkertijd goed realiseren dat zijn resultaat herkenbaar is al kunst, ‘ander verliest hij de mogelijkheid om zijn resultaat te verkopen’.
Jammer dat de echte luisteraars in de zaal niets mochten vragen over de door Van Kerkhove aangestipte paradigmawisseling in de kunst, of het onbegrip van Staal voor de verzoenende positie van Vreeman. Of over Schinkels verhaal over de werkelijkheid als verzameling geïsoleerde sferen dat zelf absolute waarheid claimt zonder dat er een overstijgende waarheid kan bestaan. Nu liepen de sprekers dan ook wat beduusd van het podium, ongewis over wat de zaal er eigenlijk van vond.

‘Het Internationale Keuze Debat’ door De Unie in Debat en de Rotterdamse Schouwburg. Bijgewoond: donderdag 23 september in De Unie.
foto: Rene Castelijn

‘Vous êtes servis’ geeft huishoudslavinnen een gezicht, maar onderwerp had een krachtiger film verdiend

24 september 2010 |

Op het eerste gezicht is huishoudelijke hulp niet het meest opwindende onderwerp voor een drieluik met film, theater en performance. Dat komt natuurlijk omdat de dienstmeid in de ouderwetse betekenis bij ons in het westen vrijwel uitgestorven is. Maar elders is er volop vraag naar onderdanige meisjes die zich zeven dagen per week afbeulen tot ze er bij neer dreigen te vallen, zo leren we uit de onthullende film ‘Vous êtes servis’ die de Spaans-Belgische fotograaf en filmmaker Jorge León over dit fenomeen maakte.

De documentaire maakt deel uit van het project ‘To Serve’ waarvoor León zijn krachten bundelde met de Nieuw-Zeelandse choreografe Simone Aughterlony. Het in de film aangesneden thema wordt verder uitgediept en vanuit andere invalshoeken bekeken in de theatervoorstelling ‘Deserve’ en de performance en gesprekkenserie ‘House without a maid’. De voorstellingen kunnen ook los van elkaar bekeken worden.

Zo’n 35.000 vers klaargestoomde huishoudhulpjes worden iedere maand vanuit Indonesië overgevlogen naar bestemmingen in Azië en het Midden-Oosten. Daar omheen is een complete recruterings- en opleidingsindustrie ontstaan, en dat is ook de plaats waar León zijn camera heeft opgesteld. ‘Vous êtes servis’ bestaat voor een groot deel uit beelden van de dagelijkse gang van zaken in zo’n centrum waar jonge vrouwen de fijne kneepjes van thee serveren en poepluiers verschonen krijgen bijgebracht. Onderschat het niet, want ook de taal van het gastland, bijvoorbeeld Chinees, moeten ze onder de knie krijgen nadat als intekenbedrag een reusachtige som op tafel is gelegd. Wie onverhoopt toch geen baantje overzee vindt is alles kwijt.

Tot zover is het een bezienswaardige, maar betrekkelijk conventioneel gefilmde impressie die af en toe enigszins in herhaling dreigt te vallen. Wat deze schets aan spanning mist, wordt deels goedgemaakt door korte intermezzo’s waarin wanhopige brieven van al eerder uitgezonden huishoudhulpen worden voorgelezen. Mishandeling en vernedering zijn schering en inslag. Daarbij valt op dat de uitgekozen brieven allemaal uit het Midden-Oosten komen. Hoe de behandeling in Singapore, Taiwan of Korea is, is minder duidelijk. Wel blijkt gaandeweg dat de vrouwen, die soms veel verdriet hebben omdat ze hun kinderen een paar jaar niet zullen zien, zich bij voorbaat bij hun lot hebben neergelegd. Tegen het eind vangen we nog even een glimp op van de weinig fraaie rol die de echtgenoten bij dit alles spelen.

Schrijnend genoeg allemaal, maar als fundament van een artistiek drieluik over dienstbaarheid, ontmenselijking en globalisering is ‘Vous êtes servis’ toch aan de tamme kant. De vormingrepen die als prikkelende kanttekening bij de alledaagse observaties zouden moeten dienen ogen wat willekeurig en geïmproviseerd. Fraai is overigens wel de montage van foto’s waarop de meisjes allemaal met een krampachtige glimlach in dezelfde anonieme geruite schortjes poseren. Helaas wordt dat weer bedorven door de povere kwaliteit van de gebruikte video. Het onderwerp is, zo zou je het kunnen samenvatten, boeiender dan de film zelf, die best wat meer artistieke spankracht had kunnen gebruiken.

‘Vous êtes servis’ is nog te zien op vr 24, za 25 en zo 26 september.
‘Deserve’ wordt gespeeld op vr 24 en za 25 september.
‘House without a maid’ kan bezocht worden op za 25 en zo 26 september.

Rauwe ‘Hard to be a God’ van Mundruczó blijft aan de oppervlakte hangen #dekeuze

23 september 2010 |

Op dit soort plekken gebeuren dingen die het daglicht niet kunnen verdragen. We bevinden ons diep in de containerhaven van Rotterdam, tussen de neonverlichte overslagplaatsen en duistere pakhuizen. In een van die rauwe loodsen staan twee vrachtwagentrailers. De een is ingericht als illegaal naaiatelier, de ander is gevuld met aarde en rubberbanden. Ze vormen het decor van de voorstelling ‘Hard to be a god’ van de Hongaarse theatermaker Kornél Mundruczó.

De voorstelling vertelt het redelijk onnavolgbare verhaal van Karoly, die symbolische martelporno wil maken om er zijn vader mee te chanteren. Die vader verkrachtte ooit zijn zus en is nu Europarlementariër. Drie vrouwen zijn onder valse voorwendselen naar dit naaiatelier gelokt om in die video’s mee te doen. Het loopt niet goed met ze af, onder andere doordat de buitenlandse filmregisseur nogal sadistische neigingen heeft en daarbij de dames zodanig beschadigt dat ze onbruikbaar worden. Verder lezen

René Pollesch: afgelast, maar misschien sowieso te goed voor Nederland

17 september 2010 |

De komende dagen zou op De Internationale Keuze in Rotterdam de voorstelling Der perfekte Tag – Ruhrtrilogie Teil 3 van de Duitse regisseur René Pollesch spelen. Maar helaas, de belangrijkste speler, Fabian Hinrichs, heeft zijn been gebroken en de voorstelling moest worden afgelast. Wat lopen we nu mis?

De afgelopen jaren zag ik in Berlijn een aantal voorstellingen van René Pollesch in zijn thuisbasis, de Volksbühne in Berlijn. Kan ik ook maar enigszins navertellen waar die zo over gingen? Ehhm, nee. Maar was het geestig, intelligent en soms briljant theater? Zeker! Allereerst de titels. Voorstellingen die ik zag heetten Darwin-Win & Martin Loser-Drag-King & Hygiene auf Tauris, Liebe ist kälter als das Kapital of Ich schau dir in die Augen, geselschaftlicher Verblendungszusammenhang. De voorstellingen zijn al net zo eclectisch, speels en overdadig. Pollesch gebruikt sociologische theorieën, gortdroge economische analyses en ander bijzonder on-theatraal basismateriaal voor zijn teksten en laat de acteurs die dan weer in een over-the-top theatrale setting uitbraken. De ene keer in ruisende Biedermeierjurken met een bordkartonnen deuren-decor, dan weer met het publiek op het toneel de enorme publieksruimte van de Volksbühne in kijkend.

In zekere zin is het anti-theater wat Pollesch maakt. Er is geen illusie, geen representatie. In het gebruik van basismateriaal wat niet tot het standaardrepertoire voor het theater behoort, is hij een typische representant van de studie ‘toegepaste theaterwetenschap’ in Giessen, waar hij in 1989 afstudeerde. Ook documentairetheatergroep Rimini Protokoll en performancekunstenaars She-She-Pop komen daarvandaan. Soms gebruikt Pollesch wel toneelstukken – het liefst 19e eeuwse boulevardkomedies – maar dan alleen als raamwerk van opkomsten en afgangen om zijn eigen abstracte tekstconstructies, die voor niet-Duitstaligen vaak moeilijk te volgen zijn, aan op te hangen.

In Pollesch’ wereld bestaat geen mainstream, alles is obscuur. Of het nu zijn filmcitaten zijn, de sociale theorieën die zijn personages prediken of de toneelstukken die hij verhaspelt. Maar de vormen zijn meestal wel herkenbaar. Hij maakt veel gebruik van televisieformats als spelshows, soaps. Maar waar gaat het Pollesch nu eigenlijk om? ‘Ik wil geen verhalen vertellen. We thematiseren dat verhalen vertellen eigenlijk niets zegt,’ zei hij een paar jaar geleden in een interview. Hij ziet zijn werk als een strijd tegen de ‘regulering van de werkelijkheid, de bevestiging van de sekseverdeling en de normalisering van vooroordelen. Wij proberen met ons theater de positie van de blanke, heteroseksuele, mannelijke verteller ter discussie te stellen, die positie die altijd als ‘neutraal’ wordt gezien.’ Verhalen die te ver van die norm af staan worden ‘onleesbaar’. Dat is een ferme filosofische stellingname en eentje die politiek is op een niveau dat in het Nederlandse theater – met z’n ‘filmscripts die het moderne leven uitbeelden op een soapy manier’ aldus Joan Nederlof – nauwelijks lijkt te bestaan.

In zijn laatste voorstellingen lijkt Pollesch iets meer in te spelen op de actualiteit. Ich schau dir in die Augen, geselschaftlicher Verblendungszusammenhang, een solo van Fabian Hinrichs (volgens de Duitse critici de beste rol van vorig seizoen), is een complexe beschrijving van het idee van een ‘representatiecrisis’. In het theater hadden we die al; je kunt op het toneel eigenlijk niet meer serieus doen alsof je iemand anders bent – het publiek kent de alle toneelspeeltrucs al. Maar nu is die er ook in de economie; we dachten dat ons geld, onze pensioenafdrachten of onze hypotheken iets representeerden, maar de crisis heeft ons geleerd dat dat een illusie was. Heeft de economie dat misschien geleerd van het theater, oppert Pollesch. Het probleem is dat Pollesch’ voorstellingen gebruik maken van een vocabulaire en een manier van denken die in Nederland niet gangbaar is. In onze media wordt niet verwezen naar academische theorie om vraagstukken in de maatschappij te beschrijven of te duiden. En ook het burgerlijke theater waar hij zich zo fel tegen afzet bestaat hier nauwelijks. Dat maakt zijn voorstellingen hier misschien wel ‘onleesbaar’.

Het is jammer dat we dat niet kunnen controleren, maar er is een troost: de Nederlandse theatergroep De Warme Winkel wil samen met Pollesch een voorstelling gaan maken. Ik kijk daar enorm naar uit. Want daarmee lijkt in ieder geval het taalprobleem uit de weg geruimd, en dan kunnen we kijken welke pijnpunten Pollesch in de Nederlandse situatie weet te raken.

Zestien persoonlijke verhalen geven een ontroerend beeld van Rotterdams veelkleurigheid. #dekeuze

16 september 2010 |

Ze heeft 14 voornamen, omdat haar vader graag zijn hele familie wilde vernoemen en zij enigst kind was. Ze is een veelgevraagd actrice, maar Gonny Gaakeer is ook een meisje met een oma geweest. Een mooie oma, die in de laatste jaren van haar 95-jarige leven steeds vaker omviel en daar de lelijke wonden van droeg. Gonny vertelt haar verhaal, en laat een video zien die ze van haar leven met die oma maakte. Nu, in Michael Laubs Portrait Series Rotterdam, is haar verhaal een van de vele hoogtepunten in een voorstelling die een lofrede is op de veelvormigheid van de grote stad.

Portrait Series Rotterdam beleefde zijn première in De Internationale Keuze van De Rotterdamse Schouwburg na meer dan een jaar van voorbereidingen. In 2009 werden al audities gehouden, en van sommige van die audities zijn nu nog tapes te zien. Zo is er de studente sociologie die in 2002 door een studieproject veranderde van een tegenstandster in een bewonderaarster van Pim Fortuyn. Ze interviewde hem, ging met hem op de foto en moest een paar uur later horen dat hij vermoord was. Zeven jaar later zitten de emoties nog steeds hoog en deelt ze met ons de herinnering aan de zachte stof van het pak van de omstreden politicus. Met zo’n detail raakt ze iedereen in het hart.
Zoals ook Fouad Mourigh ons raakt, de Marokkaanse straatjongen die na een criminele jeugd via Theo van Gogh een acteercarrière kon beginnen, tot hij aan de druk van de roem bezweek en opnieuw in de kleine criminaliteit terecht kwam: hij wil terug de vloer op, en met zijn looks zou dat zomaar kunnen, als hij zichzelf maar zou weten te overtuigen.
Het zou Idols kunnen zijn, maar dat is Portrait Series Rotterdam niet geworden. Daarvoor is het te integer en te kleurrijk. En daarvoor zijn de deelnemers ook te goed. Immers: Denvis (Grotenhuis) doet mee, en die is al een bescheiden ster, net als McGregor Spalburg, die dat had kunnen zijn, als de tapes van zijn doorbraakalbum niet door de buren gejat waren. Al weet hij dat nog steeds niet zeker.
De setting van Portrait Series is eenvoudig: een simpel fotografendecor, en de 16 spelers vertellen in dat decor hun verhaal, of laten dat verhaal projecteren, achter zich, zoals acteur en theatermaker Fabian Holle doet, omdat dat verhaal te onvoorstelbaar is om uitgesproken te worden. De zestien portretten laten je kennismaken met een stad die in al zijn veelkleurigheid meer verdient dan het agressieve en harde imago dat er de laatste jaren aan is gaan kleven.

Portrait Series Rotterdam is nog te zien op 16, 17 en 19 september.

Alleen maar vragen en verwarring in internationale coproductie ‘Answer me’ van Dood Paard #dekeuze

14 september 2010 |

In het begin is er verwarring. Wie zijn deze vijf merkwaardig uitgedoste personages? Tegen wie hebben ze het? Wie is de ‘you’, waarover het steeds gaat? Wat zijn dat voor idiote vragen? ‘Questions like: were you there? What were you doing there? What’s your favourite colour? Do you like broccoli?’ Langzaam maar zeker worden de vragen dreigender en meer op het publiek gericht: ‘Where are you from? What’re you doing here? What’re you up to? What have you done?’

ANSWER ME is een stuk waarin de dreiging van het ondervragen wordt onderzocht. De tekst is door Gerardjan Rijnders, die zelf ook meespeelt, geschreven voor toneelgezelschap Dood Paard in samenwerking met Next Step partner Alkantara Festival in Lissabon. Omdat de productie een internationale tournee maakt, wordt de oorspronkelijk Nederlandse tekst gespeeld in het Engels.


Verder lezen

‘Stardust’ van Piet Rogie is grote stroom kleine verhalen over ontmoetingen, confrontaties, teleurstellingen en eenzame momenten #dekeuze

13 september 2010 |

Wie de locatie binnenloopt waar de voorstelling ‘Stardust’ van choreograaf/beeldend kunstenaar Piet Rogie gaat plaatsvinden, kijkt meteen zijn ogen uit. In de leeggeruimde expostiezaal van het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam zijn touwen gespannen, wemelt het van de ogenschijnlijk slordig verspreide attributen en staan vier cementmolens als onverbiddelijke wachters langs de kant. De hele ruimte straalt uit dat het spannend wordt. En daar wordt de kijker niet in teleurgesteld.

Verder lezen

Davis Freemans investeringsshow ironische reflectie op geld, macht, individu en cultuur #dekeuze

12 september 2010 |

De multimedia show ‘Investment’ van de Amerikaan Davis Freeman doet in eerste instantie denken aan de PowerPointshow ‘An Unconvenient Truth’ van Al Gore. Drie performers en een projectiecomputer tonen het publiek zeer routineus en gedetailleerd een heel scala aan mogelijkheden om te beleggen. Aanvankelijk  zinvol en duurzaam, maar als snel spelen hele andere motieven een rol. Pikant detail: iedereen uit het publiek heeft samen met zijn kaartje een lot uit de Lotto gekregen die precies op deze avond wordt getrokken. Iedereen is dus potentieel heel dicht bij het miljonairschap.

Na de presentatie van een aantal goede doelen zoals ‘Stop Hunger Now’, dierenwelzijnfondsen en bomenaankoop voor CO2 reductie komt er al snel een kentering. Misschien moet je het wel aan je eigen familie uitgeven, of moet je je geld vermenigvuldigen met solide renderende beleggingen als de wapenindustrie of commercieel stamcellenonderzoek.
In dezelfde gelikte presentatie-flow wordt tussendoor ook de mogelijkheid getoond om te beleggen in cultuur. Bijvoorbeeld in dans, ‘een prachtige  universele kunstvorm met potentie om de mensheid op een hoger geestelijk plan te tillen, hoewel je er financieel niet veel wijzer van zal worden’.  Als voorbeeld volgt een stukje dans, waarin de drie performers zich eerst als letterlijk neergedrukte individuen moeizaam en pijnlijk over de bodem bewegen, maar uiteindelijk toch gezamenlijk los van de grond komen. Door een aanvullende projectie wordt de ensemblebeweging van de dansers knap vermenigvuldigd, inclusief een vrolijk ontregelende hond die er op beeld tussendoor springt.  Hierop volgt een productieplan om dit stuk tot een avondvullend programma uit te bouwen. Kosten voor de investering: 100.000,- euro.
Hetzelfde gebeurt bijna aan het eind met een voorstel voor investering in een hemelbestormend theaterstuk waarvan eveneens een stukje wordt gespeeld. Dit kwartiertje voorbeeldtoneel is werkelijk van grote klasse. In een geniaal gekozen historische situatie zijn de performers in staat diepe inzichten bloot te leggen over de verhouding van politiek, kunst en beschaving. Het stukje start eveneens  in ironisch idioom, maar stijgt door indrukwekkende acteerwerk ver boven zichzelf uit. Ook na deze inhoudelijke explosie  volgt een droog uitgewerkt productieplan van een ton.
De show eindigt tenslotte  in een op hol slaande  presentatie van consumptie-equivalenten van wederom die ton in euro’s: van tweede huisjes in Portugal tot sportauto’s en kaviaar om tenslotte te eindigen in de grote volumes basisbenodigdheden, zoals bijvoorbeeld schoon water.
Ondanks het voor de hand liggende einde zet de hele show op een uitgekiende manier aan om diep na te denken over de samenhang van geld, macht, individu en cultuur. Veel respect voor de makers om vanuit de alom tegenwoordige gladde marketingpraatjes een indrukwekkend kunstwerk te destilleren met zoveel denkruimte.

Hans van Dam in gesprek met Freeman

‘Investment’ van Davis Freeman/Random Scream. Gezien: zaterdag 11 september tijdens de Internationale Keuze van de Rotterdamse Schouwburg op locatie in het oude Lantaren/Venster aan de Gouvernestraat. Daar nog te zien op 12 september.

Teveel humor en te weinig huivering bij ‘Poëten en bandieten’ van De Warme Winkel op Theaterfestival De Internationale Keuze #dekeuze

12 september 2010 |

Er is sneeuw gevallen, een dik pak verse sneeuw. Nepsneeuw weliswaar, maar echt genoeg om je middenin Rusland te wanen. Daar, in de stad Sverdlovsk oftewel Jekaterinenburg, leefde eens de man over wie de voorstelling ‘Poëten en bandieten’ gaat. Boris Ryzhy (1974-2001) zette de rauwe realiteit van zijn woonplaats in gedichten om. Meer dan duizend poëmen liet hij de wereld na. Zijn doorbraak kwam op het festival Poetry International in Rotterdam, in het jaar 2000. Een jaar later was hij dood. Boris Ryzhy, 26, had zichzelf verhangen.

Theatergroep De Warme Winkel legt die link met Rotterdam alleen al doordat ‘Poëten en bandieten’ daar gespeeld wordt. Een oude fabriekshal doet dienst als decor voor de vervallen arbeiderswijk waarin Ryzhy opgroeide. Vanachter een werktafel belt actrice Mara van Vlijmen Rotterdammers op. Die zijn geen van allen thuis. Maar op hun antwoordapparaat staat nu een van Ryzhy’s gedichten, wat voor de luisteraars een wonderlijke ervaring moet zijn. De Warme Winkel laat niet zien hoe de professorenzoon Boris in die arme buurt belandde. Waar hij het zelf in zijn gedichten over een omgeving vol grauwe flats heeft, doet het toneelbeeld eerder aan het buitenleven denken, met al die weidse sneeuw. De sfeer is knus en warm. Op een met kaarsjes versierde praalwagen komt een folkloristisch ensemble op, dat Russische liedjes zingt. Ouderwetse liedjes, en niks geen pop of punk.

Verder lezen