
Opvallend toch, hoe de zinnen van een schrijver, eenmaal uitgelicht, na diens dood kunnen worden voorzien van galmende vertolkingen. Vooral Gustaaf Peek moet, wil hij echt recht doen aan Haasse, iets doen aan zijn nogal borstklopperig overkomende vroomheid, maar ook een doorgewinterd kunstenaar als Kees ‘t Hart mag al citerend de toon matigen.














