Berichten vanAlles over de auteur - Cultureel Persbureau
Ironie en zuiverheid willen naast elkaar staan in ‘Free Mason’ van Tjon Rockon #Internationale Keuze
21 september 2011 | Simon van den BergJe moet maar durven: met een groot houten kruis over de Kruiskade in Rotterdam lopen en “Mason was een vis!” roepen. De drugsverslaafde bewoners van de Pauluskerk, de afwassers van de Chinese restaurants en wachtende passagiers bij de tramhalte kijken er verbijsterd naar. Sandro Lima schreeuwt als een bezeten godsdienstwaanzinnige teksten over Mason de verlosser.
Even ervoor zijn we bij de Schouwburg opgehaald door een oude man in een wit pak die Suriname bezingt, begeleid door een trompet. In een lange sliert lopen de toeschouwers door het centrum van Rotterdam, steeds begeleid door een paar Surinaamse spelers.
Tjon Rockon is een jonge, Rotterdamse theatermaker met Surinaamse roots. Hij viel de afgelopen jaren op als speler in voorstellingen van Made in da Shade en daarna als maker van gedurfde, performance-achtige voorstellingen. Free Mason, met als uitgangspunt Surinaamse begrafenisrituelen, maakte hij op Oerol. Voor De Internationale Keuze bewerkte hij het tot een stedelijke versie, waar het hele verhaal me sowieso meer op z’n plek lijkt.
De optocht eindigt in een open bergruimte onder een stadsflat met veel beton en metalen kooien. Hier staat een grote witte doodskist met een vlag eroverheen. Er is een hond, getrommel, het ruikt naar wierook. We zijn op de begrafenis van ene Mason, maar veel komen we niet over hem te weten. Vijf mannen, allen suri’s met baarden, hebben allemaal zo hun eigen manier om met de dood om te gaan. Het lijkt een soort fantasie-ritueel, met godsdienstige extase, het plengen van sterke drank, winti, het uitdelen van taart, het ritmisch chanten van ‘iene-miene-mutte’ –het publiek doet enthousiast mee – en geborneerde wrok.
Mike Libanon speelt de achterblijver die nog een appeltje te schillen heeft met de overledene: “Maak die kist open! Even verifiëren. Even kijken of ik het niet zelf ben.” Zijn autoriteit geeft de voorstelling gewicht, terwijl de clownerie van Chiron Holwijn (met indianentooi, nertscape en trainingsbroek) het steeds licht houdt. Is dit een serieus begrafenisritueel of worden we met z’n allen in het ootje genomen? De absurde en ironische toon is prettig ambigu en deed me denken aan De Warme Winkel en Nik van den Berg.
Dan breekt regisseur Tjon Rockon gewelddadig in in de voorstelling. Met stoelen smijtend verwijt hij de spelers dat ze maar wat doen: “Wat heb jij eigenlijk met Suriname?” Het is een rare ingreep, vooral omdat hij zonder veel verdere uitleg van het toneel verdwijnt en het ritueel gewoon doorgaat, maar nu met een iets oprechtere toon. De overgebleven spelers kleden zich allemaal in het wit en nemen de kist mee naar buiten, waar de dansende stoet in een park tussen enkele vuren eindigt.
Zo is Free Mason een nogal dubbelhartige voorstelling geworden, waar ironie en zuiverheid naast elkaar willen staan. Als je dat bewust wilt doen is het lastig, maar als je het gewoon laat gebeuren, zoals Lima met het kruis voor de Pauluskerk, is het schitterend.
Free Mason is nog te zien t/m 23/9.
Pollesch en Hinrichs maken van openingsavond De Keuze een theaterfilosofische happening #De Internationale Keuze
17 september 2011 | Simon van den BergVoor de openingsavond van De Internationale Keuze is de Rotterdamse Schouwburg even omgetoverd tot de Volksbühne in Berlijn. Dezelfde zwart plastic lappen aan de wanden, hetzelfde lelijke gele voordoek en – het meest in het oog springend – de stoelen in de zaal zijn vervangen door witte zitzakken. Die zitzakken worden in Berlijn overigens alom verfoeid en bespot. Ze moeten immers vooral verhullen dat de Oostberlijnse Volksbühne lang niet zoveel bezoekers meer trekt als in de hoogtijdagen van het revolutionaire theaterbolwerk in de jaren negentig.
Maar goed, bij de voorstelling Ich schau dir in die Augen, gesellschaftlicher Verblendungs zusammenhang! passen ze dan weer uitstekend. Voor Nederland is het niet de eerste kennismaking met het werk van de Duitse theatermaker René Pollesch, maar zo prominent stond hij hier nog niet. Vorig jaar zou hij op De Internationale Keuze te zien zijn met de voorstelling Der perfekte Tag (net als Ich schau dir in die Augen… een solo van toneelspeler Fabian Hinrichs) maar Hinrichs brak toen zijn been en de voorstelling ging niet door.
Pollesch is een typisch exponent van de opleiding ‘toegepaste theaterwetenschap’ in Gießen, waar vanuit een theoretische invalshoek het theater bekeken en bedreven wordt. Het levert soms gortdroge, hoogintellectuele exercities op, met theaterteksten op basis van sociologische geschriften vermengd met achttiende-eeuwse boulevardkomedies, maar soms ook fonkelend scherp en ideeënrijk theater-over-theater. Ich schau dir in die Augen… is een eminent voorbeeld van dat laatste.
Waar kijken we naar als we naar iemand op het toneel kijken? Een lichaam? Een representatie? Of een idee? Dat is het centrale probleem van deze voorstelling. Sinds 1971, toen op een conferentie in Bretton Woods de goudstandaard werd losgelaten en het geld niets werkelijks meer representeert, is ook in het theater – volgens Pollesch – elke verbinding tussen wat er te zien is en iets échts louter fantasie, een verhaal. Zelfs het lichaam van de acteur ontkomt daar niet aan; een toeschouwer kan nooit voelen wat een acteur voelt en kijkt dus altijd naar een idee.
Het is de verdienste van de weergaloze Fabian Hinrichs dat deze materie geen droge kost blijft, maar een sprankelende happening wordt. Hij presenteert het met onstuitbare energie als een speels college – steeds onderbroken door old-school hiphop, raggend door het publiek, hangend aan een lampencontraptie, terwijl hij grappen maakt over de boventiteling, halve liedjes speelt op piano, gitaar en drums en de zaal in de maat mee laat klappen. Maar het toppunt is dat hij tegelijkertijd zichzelf als acteur op het toneel problematiseert én daarvan weer een sublieme act maakt.
Ich schau dir in die Augen… is theatraal onderzoek van een niveau dat in Nederland niet alleen onbekend, maar ook ondenkbaar is. Daarvoor is het theoretisch denken hier toch niet algemeen genoeg en daarom zit ons theater nog volstrekt gevangen in de “ellendige gezelligheid van de theaterzaal”. Maar het is wel een fabelachtige voorstelling die alles wat hierna op het festival zal volgen direct in een kader zet, als een nieuwe bril waarmee je alles ineens scherper kunt zien. En daarmee is het misschien wel de ideale openingsvoorstelling voor De Internationale Keuze.
Ich schau dir in die Augen, gesellschaftlicher Verblendungszusammenhang! van de Volksbühne am Rosa Luxemburgplatz Berlin.
Gezien: 16/9/11. Nog te zien op 17/9.
Twee idolen en veel leuke meisjes op de zaterdagavond van de Najaarscollectie #njc10
31 oktober 2010 | Simon van den BergHet viel op: wat een hoop leuke meisjes in Theater Kikker. Zou het door de programmering komen? Nu waren er een hoop leuke mannen om uit te kiezen op zaterdagavond. De stoere acteerbeesten van FC Bergman bijvoorbeeld, of de androgyne Nik van den Berg, of misschien de ogenschijnlijk lieve Bert Hana. En anders was er altijd nog DJ Oscar Kocken, die de avond aan elkaar praat als was het een bingo.
FC Bergman maakte vorig seizoen naam met hun megalomane voorstelling met de idioot lange titel die begint met Wandelen op de Champs Elysées…, en die uit het niets werd geselecteerd voor Het Nederlands Theaterfestival. Dat was een collage van beeldende scènes in een enorme fabriekhal, maar met De Thuiskomst van Pinter tonen ze aan ook in de zaal met een repertoirestuk indruk te kunnen maken.
Het hele toneel is bezaaid met afval, dozen, plastic, papier met daartussen een paar stoelen en een koelkast. Hier wonen Max en Teddy. De acteurs zijn besmeurd met smurrie, roken, drinken blikjes bier, rochelen en maken ruzie. Hier komt ook Lenny vandaan, maar die werd filosofieprofessor in Amerika. En nu komt hij thuis op bezoek, met zijn vrouw Ruth. FC Bergman heeft deze tekst goed gekozen en bewerkt op hun grote kracht: Rik Verheye en Stef Aerts spelen Teddy en Max met tomeloze energie, Bart Hollanders als de bedremmelde en beheerste Lenny ertegenover, op geen enkele manier de baas over de situatie.
Maar de ster is toch Matteo Simoni als Ruth. Hij viel in Wandelen… al op als fysiek spelende dierenliefhebber, maar hoe hij hier in tekst, houding en presence een onrustbarend personage vormgeeft is onvoorstelbaar knap en magnetisch om naar te kijken. Dit is echt een acteur van de buitencategorie, een ster in de dop.
De voorstelling blijft een beetje hangen in de vaardig geschetste tegenstelling tussen energie en bedeesheid en duurt veel te lang, maar is wel lekker smerig, vuig en doet tussen de puinhoop van het decor recht aan Pinter’s talige geweld en aan zijn perversie. De Thuiskomst werd gemaakt op de toneelschool, nog vóór Wandelen… en ik kijk nu al uit naar FC Bergman’s volgende.
Nog een ster, maar van een heel andere categorie is Nik van den Berg. In de performance My momma loves my guitar sound speelt hij een pastiche op aan glamrocker. Of is het misschien allemaal serieus? Gehuld in spandex met slangenprint en een blouse met ruches, begeleid door een drummer en een toetsenist, zelf bas spelend rockt hij zich door liedjes heen die heel erg doen denken aan Prince, T-Rex, Bowie, Billy Joel of Van Halen. Tussendoor monologiseert hij in het Engels over tijd, liefde en andere clichés, vol met herhalingen, met steeds de rake poses van de rockgod, achteloos zijn zonnebril weggooiend of weer een nieuwe peuk aanstekend.
Het is onvoorstelbaar fascinerend wat Van den Berg doet, omdat je steeds verwarder raakt over wie hier wie in de maling neemt. Hij grossiert in onoplosbare tegenstellingen: een echte rockband met gitaarsolo’s uit de computer; eindeloze monologen en losgeslagen funk; keurig en slaafs navolgen van het rockidioom en eigenzinnige ijdelheid. Volume voor in een stadion op een paar vierkante meter in de kleine zaal van Kikker. Een performer met beperkt muzikaal talent, maar theatrale finesse.
En de grootste tegenstelling van allemaal: als Van den Berg bij het eindapplaus in een paar seconden transformeert van ongenaakbaar arrogant idool naar een verlegen en onwaarschijnlijk jong jochie. Het is pure en prachtige camp wat hij maakt en, ook al heb ik geen idee waar het heen moet met deze merkwaardige kunstenaar, ik zal hem graag blijven volgen.
En zo leverde deze avond Najaarscollectie twee nieuwe helden op. Geen slechte score, voor de recensent noch voor de meisjes.
Najaarscollectie 30 oktober 2010 Theater Kikker.
René Pollesch: afgelast, maar misschien sowieso te goed voor Nederland
17 september 2010 | Simon van den Berg
De komende dagen zou op De Internationale Keuze in Rotterdam de voorstelling Der perfekte Tag – Ruhrtrilogie Teil 3 van de Duitse regisseur René Pollesch spelen. Maar helaas, de belangrijkste speler, Fabian Hinrichs, heeft zijn been gebroken en de voorstelling moest worden afgelast. Wat lopen we nu mis?
De afgelopen jaren zag ik in Berlijn een aantal voorstellingen van René Pollesch in zijn thuisbasis, de Volksbühne in Berlijn. Kan ik ook maar enigszins navertellen waar die zo over gingen? Ehhm, nee. Maar was het geestig, intelligent en soms briljant theater? Zeker! Allereerst de titels. Voorstellingen die ik zag heetten Darwin-Win & Martin Loser-Drag-King & Hygiene auf Tauris, Liebe ist kälter als das Kapital of Ich schau dir in die Augen, geselschaftlicher Verblendungszusammenhang. De voorstellingen zijn al net zo eclectisch, speels en overdadig. Pollesch gebruikt sociologische theorieën, gortdroge economische analyses en ander bijzonder on-theatraal basismateriaal voor zijn teksten en laat de acteurs die dan weer in een over-the-top theatrale setting uitbraken. De ene keer in ruisende Biedermeierjurken met een bordkartonnen deuren-decor, dan weer met het publiek op het toneel de enorme publieksruimte van de Volksbühne in kijkend.
In zekere zin is het anti-theater wat Pollesch maakt. Er is geen illusie, geen representatie. In het gebruik van basismateriaal wat niet tot het standaardrepertoire voor het theater behoort, is hij een typische representant van de studie ‘toegepaste theaterwetenschap’ in Giessen, waar hij in 1989 afstudeerde. Ook documentairetheatergroep Rimini Protokoll en performancekunstenaars She-She-Pop komen daarvandaan. Soms gebruikt Pollesch wel toneelstukken – het liefst 19e eeuwse boulevardkomedies – maar dan alleen als raamwerk van opkomsten en afgangen om zijn eigen abstracte tekstconstructies, die voor niet-Duitstaligen vaak moeilijk te volgen zijn, aan op te hangen.
In Pollesch’ wereld bestaat geen mainstream, alles is obscuur. Of het nu zijn filmcitaten zijn, de sociale theorieën die zijn personages prediken of de toneelstukken die hij verhaspelt. Maar de vormen zijn meestal wel herkenbaar. Hij maakt veel gebruik van televisieformats als spelshows, soaps. Maar waar gaat het Pollesch nu eigenlijk om? ‘Ik wil geen verhalen vertellen. We thematiseren dat verhalen vertellen eigenlijk niets zegt,’ zei hij een paar jaar geleden in een interview. Hij ziet zijn werk als een strijd tegen de ‘regulering van de werkelijkheid, de bevestiging van de sekseverdeling en de normalisering van vooroordelen. Wij proberen met ons theater de positie van de blanke, heteroseksuele, mannelijke verteller ter discussie te stellen, die positie die altijd als ‘neutraal’ wordt gezien.’ Verhalen die te ver van die norm af staan worden ‘onleesbaar’. Dat is een ferme filosofische stellingname en eentje die politiek is op een niveau dat in het Nederlandse theater – met z’n ‘filmscripts die het moderne leven uitbeelden op een soapy manier’ aldus Joan Nederlof – nauwelijks lijkt te bestaan.
In zijn laatste voorstellingen lijkt Pollesch iets meer in te spelen op de actualiteit. Ich schau dir in die Augen, geselschaftlicher Verblendungszusammenhang, een solo van Fabian Hinrichs (volgens de Duitse critici de beste rol van vorig seizoen), is een complexe beschrijving van het idee van een ‘representatiecrisis’. In het theater hadden we die al; je kunt op het toneel eigenlijk niet meer serieus doen alsof je iemand anders bent – het publiek kent de alle toneelspeeltrucs al. Maar nu is die er ook in de economie; we dachten dat ons geld, onze pensioenafdrachten of onze hypotheken iets representeerden, maar de crisis heeft ons geleerd dat dat een illusie was. Heeft de economie dat misschien geleerd van het theater, oppert Pollesch. Het probleem is dat Pollesch’ voorstellingen gebruik maken van een vocabulaire en een manier van denken die in Nederland niet gangbaar is. In onze media wordt niet verwezen naar academische theorie om vraagstukken in de maatschappij te beschrijven of te duiden. En ook het burgerlijke theater waar hij zich zo fel tegen afzet bestaat hier nauwelijks. Dat maakt zijn voorstellingen hier misschien wel ‘onleesbaar’.
Het is jammer dat we dat niet kunnen controleren, maar er is een troost: de Nederlandse theatergroep De Warme Winkel wil samen met Pollesch een voorstelling gaan maken. Ik kijk daar enorm naar uit. Want daarmee lijkt in ieder geval het taalprobleem uit de weg geruimd, en dan kunnen we kijken welke pijnpunten Pollesch in de Nederlandse situatie weet te raken.
Beeldende ‘Woeste hoogten, rusteloze zielen’ voor mensen van alle leeftijden #tf2010
9 september 2010 | Simon van den Berg
Wuthering Heights wordt vaak in een adem genoemd met andere negentiende eeuwse klassiekers als Jane Eyre of Pride and Prejudice, maar het boek van Emily Brontë is oneindig veel duisterder dan die andere kokette meisjesboeken. De grote, dramatische passie van Heathcliff en Cathy sluit eigenlijk verrassend goed aan bij emo’s die Twilight, True Blood en andere hedendaagse vampierenverhalen verslinden.
Dat hebben bewerker Jeroen Olyslaegers en regisseur Floor Huygen goed in de gaten gehad toen ze de roman voor het toneel bewerkten tot Woeste hoogten, rusteloze zielen, een co-productie van het Nederlandse jeugdtheatergezelschap Artemis en het Vlaamse Antigone. De voorstelling oogstte veel lof, is nu te zien in TF, maar werd ook genomineerd voor twee Gouden Krekels, de prijzen voor jeugdtheater. Verder lezen
‘Over Dieren’ van Elfriede Jelinek is zo ongekend meedogenloos en naargeestig, dat je een uitweg wenst #tf2010
8 september 2010 | Simon van den Berg
‘Kontneuken tegen meerprijs.’ ‘Doen die ook pijpen zonder condoom?’ ‘Die heeft een keer aan mijn lul gezogen en toen was ze de hele nacht misselijk. ‘s Ochtends heeft ze in mijn bed gekotst.’ Continu doen ze suggestieve dansjes en voortdurend kijken ze de zaal in, met een vastgebeitelde glimlach die ergens tussen geamuseerd en geniepig in zit. De zes spelers van Over Dieren zijn uitdagend en meedogenloos. Susanne Kennedy’s regie van het stuk van Nobelprijswinnares Elfriede Jelinek is ongekend naargeestig en komt aan als een stomp in je maag.
Jelinek’s schreef een tekst over hoeren en hun klanten, gedeeltelijk gebaseerd op afluistertapes van een Oostenrijks escortbureau, waarin de mannen over vrouwen praten alsof het dieren zijn, of preciezer: zoals boeren over hun vee. Kennedy legt in haar regie grote nadruk op de blik van de toeschouwer. ‘De vrouw wordt bekeken en is altijd een object, de man kijkt en is het subject. Kijken is niet onschuldig,’ zei ze in een interview. De drie mannen, in foute lichtblauwe showpakken, praten over de vrouwen; de vrouwen, in jurkjes waarop weinig subtiel de nadruk op hun tepels en kruis wordt gelegd, praten hen gedienstig na. Ze kijken uitdagend naar ons, en maken ons medeplichtig aan de vernederende situatie.
