Over Alles over de auteur - Cultureel Persbureau
De Fransen komen, maar zijn die choreografen wel zo goed?
14 mei 2013 | Ruben BrugmanFrankrijk, de bakermat van ballet, levert aan de lopende band topchoreografen af. Minstens zes ervan komen binnenkort naar Nederland: Verder lezen
NDT opent met ‘School of Thought’ deur naar toekomst zonder Kylián
10 mei 2013 | Ruben Brugman
Op de premièredag ging een officieel bericht uit dat choreograaf en ex-artistiek leider Jirí Kylián na 36 jaar betrokkenheid zijn handen aftrekt van NDT. Van september 2014 tot 2017 zal daarnaast geen werk van Kylián te zien zijn bij NDT. (Voor 2018 is het nieuwe Spuiforum gepland: een onderkomen voor onder andere het NDT.) Wie graag diepere betekenissen zoekt, vindt in School of Thought een symbolisch moment. Alleen voor wie in toeval gelooft, hebben ‘vrijheid en vooruitgang’, Imagine en Jiri Kyliáns aangekondigde afwezigheid niets met elkaar te maken.
Vrijheid en vooruitgang
De binnenkomst in de zaal schept verwachtingen: je loopt via een trappetje het podium op en daar onder kroonluchters is een verhoogd ovalen podium met rondom publiekstribunes. Dansers lopen door elkaar heen en praten tegen publiek dat op theaterstoelen zit van Expo ’58. Die wereldtentoonstelling stond in het teken van ‘geloof in vrijheid en vooruitgang’.
Gecontroleerde dans
School of Thought stelt de wereld tentoon van choreografen Sol León en Paul Lightfoot. Wat is hun filosofie of creativiteit? Dansers Medhi Walerski en Parvaneh Scharafali beginnen een duet en kunnen de choreografen zelf voorstellen. Intiem, vertrouwd en ontspannen met elkaar. Ze sturen of leiden een perfect getraind ensemble van jonge dansers dat als één lichaam een swingende groepsdans inzet. Jorge Nozal en Georgi Milev nemen het over en vormen gekleed als orthodoxe priesters een tweede rode draad in het stuk. Beiden meer volwassen, in dans en dreigende uitstraling. De Bulgaarse Milev breekt daarbij het meest uit het stramien van gecontroleerde dans. En dat is nodig.
Experiment
Bij Programma V is je geld het dubbele waard qua dans. Fenomenale dansers. Vindingrijke danstaal. IJzersterk partnerwerk. Oogstrelend schakeren van lichamen en danspatronen. Ook wie voor het eerst kennis wil maken met dans van het hoogste niveau, is hier op de juiste plek. Een dansfeest, liefst met bijbehorende uitspattingen, blijft in School of Thought echter uit. Joelde bij Programma B van NDT2 publiek nog enthousiast mee, vanavond lijkt het als stramme schoolleiding toe te kijken. Een spannend, experimenteel publiek kan een spannend dansexperiment iets extra’s meegeven.
De ‘uitschieter’ aan het eind van de voorstelling verklaart tegelijk de serieuze ondertoon van de avond. De jonge dansers keren terug naar het podium met hun kleding nog aan de haak in hun hand. Die in een kring gelegd, gaan ze ervoor zitten om in kampvuurhouding Imagine van John Lennon te zingen. Artistiek leider Paul Lightfoot loopt om de groep heen en spreekt de dansers bemoedigend toe. Ook Sol komt erbij en samen concluderen ze dat dit niet het einde is maar slechts het begin.
Toekomst
Danskenners zijn het erover eens dat het goed is voor NDT om artistiek gezien op eigen benen te staan. Een nieuwe weg van verandering ingaan. Voor volgend seizoen is alvast Marco Goecke aangetrokken als associate choreographer. Als eerbetoon aan een vroeger muziekgenie is Imagine onmiskenbaar een keuze in de denk- en danswereld van León en Lightfoot over de toekomst. De andere optie, choreografische wansmaak, is geen optie.
Klik voor een verklaring van Jiri Kylián over berichtgeving in de media
NDT in beweging: op toneel, het witte doek en erachter
20 november 2012 | Ruben BrugmanActief zijn op social media als Facebook of Twitter is inmiddels voor elk dansgezelschap een must. Maar een dansvoorstelling (live) via 600 bioscopen wereldwijd uitzenden is ook niet mis. NDT (Den Haag) is door Pathé-theaters uitgekozen om in het illustere rijtje The Metropolitan Opera (New York), The National Theatre (Londen) en het Bolshoi Ballet (Moskou) plaats te nemen als partner in podiumkunsten op hoog niveau. Verder lezen
Shock and awe-ballet in Bill & Mr. B loopt aan alle kanten over van kwaliteit; er is geen stelpen aan
24 juni 2012 | Ruben BrugmanHet Nationale Ballet duikt in de voorstelling Bill & Mr. B thematisch de geschiedenis in met reprises van werk van George Balanchine en William Forsythe. Balanchines Symphony in Three Movements (1972) geldt als voedingsbodem voor Forsythe die vervolgens ‘the extra mile’ ging met Steptext (1985) en The Second Detail (1991). Van protocol naar photocall: dans als een fotosessie. Beweging – klik, beweging – klik. Het loopt aan alle kanten over van kwaliteit; er is geen stelpen aan.
Als er een overeenkomst is tussen het werk van Balanchine en Forsythe dan is het wellicht hun streven naar vrijheid binnen het ballet. Ze stelden ‘balletwetten’ op de proef met een zakelijk Amerikaanse benadering en sloegen gaten in de balletgeschiedenis. Het is nog steeds moeilijk deze choreografen te evenaren. Niet alle gezelschappen kunnen en mogen hun stukken uitvoeren, maar ‘s lands grootste gezelschap steelt er de show mee op het Holland Festival. Ook dankzij de begeleiding van een spannend Holland Symfonia onder leiding van Otto Tausk.
Verbluffend dansprogramma
Waar Balanchine als een soort Erasmus koos voor voorzichtig evolueren, was Forsythe meer een hervormer, zoals Maarten Luther. Hij veranderde het ballet radicaal. Symphony in Three Movements (negen jaar voor Balanchine al gebruikt door Hans van Manen) begint als een schoolvoorstelling, met meisjes op een lijn in witte pakjes met riem. Dit muziekballet is echter geen kinderachtige dans maar een showcase van coupé jetés, double cabrioles en piqués en tournant tegen de menigte in. Met fascinerende pauken en gedreven strijkers is het contrast van de oerklanken van Stravinsky met de abstracte dans treffend. Een lange pas de deux (helder dansende Igone de Jongh) in het lyrische tweede deel wordt gevolgd door een bezwerende einddans. Dit vehikel voor stersolisten sluit af met een stilleven van dansers, als door Fernand Léger samengesteld.
Waar Balanchine het ballet reconstrueerde, manipuleerde Billy Forsythe gewoon het genetisch materiaal. Steptext, een afgeleide van het eerdere Artifact, begint al voor je binnenkomt. Je kijkt naar een repetitie op het toneel: dansers hebben sokken aan, wandelen rond, het licht is nog aan, maar de code is dat we stil zijn en toekijken. Forsythe is tegendraads en speelt met conventies. Vloeken in de balletkathedraal. Op vlammende aanzet van de Chaconne van Bach wordt vinnig gedanst door drie mannen in het zwart en een vrouw in signaalrood. De benen van Anna Tsygankova zijn fenomenaal snel: ze slurpt een partner op als een salamander met zijn tong een insect. Ook Artur Shesterikov danst superb. En er komt nog meer extreme make-over ballet.
Als je Balanchine IBM-ballet zou noemen, is The Second Detail Apple-ballet voor de echte kenners. Op dringende muziek van Thom Willems legt Forsythe met shock and awe-dans (rapid dominance) de lat zeer hoog. Wat is er beter dan als danser je beste technische prestaties te laten zien, maar dan wel op een speelse en ontspannen manier? In ingenieuze groepsformaties treden dansers op met hier en daar gedetailleerde aandacht voor solo’s of duetten. Sasha Mukhamedov komt binnen in een prachtig deregulerende rol zoals dat eerder in Say Bye Bye het geval was met een ‘Jackie Kennedy gone wrong’. De choreograaf moet lekker in zijn vel hebben gezeten want het dansmateriaal is dat zeker voor dansers. Zoals hij in een recent interview (18 juni 2012) zei: het is naturalized en native geworden. The Second Detail wordt beschouwd als het laatste van zijn echte balletten, voor hij een andere weg insloeg.
Deze voorstelling moet je gewoon twee of drie keer zien. Voor info en kaartjes.
No-nonsense publiek heeft geen boodschap aan tour de force van anti-paaldans in Révolution
11 juni 2012 | Ruben BrugmanElf palen zijn sfeervol verlicht als in een nachtclub. Danseressen komen binnen en begeven zich naar hun werkplek. Ze zullen in een twee uur durende shift rondjes lopen om hun paal. Ze zijn niet de enigen: ook publiek begint te lopen, richting de uitgang. Toch zijn de duizeligmakende herhalingen van de hardwerkende dames effectief. Het transcendentale minimalisme zal echter omslaan in een gyroscopische geseling.
De Boléro is zo’n beetje het tweede volkslied van Frankrijk, aldus hip hop choreograaf Abou Lagraa. Hij trad er in 2011 mee op tijdens het Holland Festival. Ook choreograaf Olivier Dubois koos Ravels veelgebruikte balletmuziek. Hij borduurt voort op de door de componist bedoelde machinale sfeer van een fabriekshal. Dubois begon op 24-jarige leeftijd met dans maar kreeg aandacht met bewerken van iconische dansstukken als l’Après-midi d’un faune en Le Spectre de la Rose. Er is veel Franse dans op het Holland Festival: toeval volgens programmeur Annemieke Keurentjes. In Frankrijk stikt het trouwens van de dans en dansmakers.
Geheugen, snelheid en ritmische herhaling zijn kenmerken van Dubois’ choreografieën. ‘De ruimte vullen met intense dans, vrij en woest.’ Met Révolution wil hij een schreeuw van verzet laten horen in de enig overgebleven plek: het theater. Waarom hij paaldansen koos als taal is onduidelijk. Het is eigenlijk ‘anti-paaldans’, niet het erotische kunst- en vliegwerk. Staat de paal echter symbool voor man of macht, dan valt op dat deze macht verdwijnt. De passieve vrouw die eerst aan de paal is gekluisterd, verandert in een vrijgevochten actieve vrouw die de paal slechts als steunmiddel nodig heeft.
Het basisgegeven is dus interessant: zwijgzaam vrouwvolk pikt het niet langer en strijdt voor verandering. De Boléro moet die strijd als mars ondersteunen maar is omgesleuteld tot een eindeloos herhaalde sample. Ontkracht van mystiek en openbaring prik je daarmee door de choreografie heen. De paaldansformule is te beperkend, het dansmateriaal pover en de boel zit op slot. Gemiste kansen. Een diagonale pose met de arm omhoog als op de barricades spreekt wel aan. Maar er is geen progressie: aan het eind keert op triomfantelijke slotklanken de vrouw flauwtjes terug naar de paal.
De kracht van Révolution moet komen van de intensiteit en energie van een georganiseerd collectief angry young women. Die energie en strijdbaarheid is een tijdlang zichtbaar en slaat ook over op het publiek. Omdat het zelf half belicht wordt, deelt het extra in de beleving. Maar de exercitie eist haar tol en een moegestreden bataljon blijft over. Met een toegevoegde, elektrische lading kan Révolution daarentegen als voorstelling een spannende ervaring opleveren.
Enfant terrible Boris Charmatz legt vinger op zere plek met confronterende choreografie over het ongrijpbare kind
9 juni 2012 | Ruben BrugmanMet enfant snijdt choreograaf Boris Charmatz een moeilijk thema aan: hoe gaan we als volwassenen om met onszelf, en hoe gaan we om met kinderen? Charmatz haakt in op de Franse filosoof Lyotard die zich boog over ‘het onmenselijke’ van volwassenen en die in kinderen echte mensen zag. Het huidige beeld over lichamelijk contact met kinderen is verwrongen en het is dat lichaam dat altijd centraal staat in het werk van Charmatz. Met enfant voert hij je mee de berg op voor een uitzicht op een slagveld van relaties tussen volwassenen en kinderen. Je kunt je ogen er niet van afhouden.
Foto: Boris Brussey
Een kabel slingert wat rond en zet een kraan in beweging. Omdat niet te zien is wie dit machinale proces stuurt, doet deze introductie onheilspellend aan. Vooral omdat alles zwart is en doods en er lichamen op de grond liggen. De kraan takelt met een rubberen vleeshaak een eerste slachtoffer de lucht in. Zodra een tweede volgt, ontstaat een lange ‘pas de deux en l’air’. De machine heeft macht gekregen over de mens maar wie heeft macht over kinderen? Dat zal duidelijk worden in een revolutie van beweging en handeling.
Het podium begint te schudden er er ontstaat een paringsritueel van mensen. Daarna wordt het eerste kind binnengedragen. Er volgen meer bleke gezichtjes en weke lichaampjes. Overal zijn mensen op hun eigen manier bezig met kinderen. Omdat de relatie van de volwassenen tot de kinderen niet duidelijk is ontstaan allerlei connotaties. Zodra muziek van Michael Jackson te horen is gaat de voorstelling over het randje: een zweem van kindermisbruik wordt bewust onder je neus gedrongen. Charmatz wil dat je als toeschouwer het thema niet ontloopt.
Centraal moment is het omhoog tillen van het kind in haar kwetsbaarheid en schoonheid als op een schilderij. In een inleiding door Fransien van der Putt werden dan ook een schilder als Jheronimus Bosch of beeldhouwer Pisano erbij gehaald. Allerlei beeldende, massale taferelen dienen zich aan in deze dansvoorstelling. Met een crescendo van geluid en beweging is een Armageddon aanstaande waardoor je naar een ontknoping snakt. Die volgt in de vorm van een utopische overwinning van de kinderen.
Enfant is een fysieke en emotionele uitputtingsslag voor zowel performers als publiek. Het is razend knap hoe massale beweging georkestreerd is: je kunt niet onderscheiden wat er gebeurt. De kwaliteit van beweging bewijst dat er zorgvuldig en menselijk is gewerkt en gewerkt kan worden met kinderen. Zij gedragen zich op hun beurt als volwassenen. Misschien is dat een handreiking voor het gestelde probleem hoe met kinderen om te gaan.
Charmatz heeft zelf twee kleine kinderen waarvan er een mee danst. Met zijn Musée de la Danse besteedt de dansmaker na samengewerkt te hebben met scholen aandacht aan kinderen in het Petit Musée de la Danse. De klassiek opgeleide danser verkent al jarenlang moderne dans en ontwikkelt installaties. Enfant beleefde in 2011 haar premiere in het voormalig pauselijk paleis tijdens het Festival d’Avignon. De voorstelling speelt nog op zaterdag 9 juni 2012. Inlichtingen.
Zeldzaam knappe en exceptionele voorstelling ”Lang” van Kat Válastur slaat je lam van verwondering en zuigt je mee in maalstroom
28 april 2012 | Ruben BrugmanKat Válastur beweerde dat het bijna onmogelijk is de dynamiek van haar voorstelling met woorden te omschrijven. Ze heeft gelijk. Het is zeldzaam knap hoe met slechts twee dansers op één plek, zoveel kan worden uitgebeeld en het publiek in een maalstroom wordt meegezogen.
foto: Nysos Vasilopoulos
In de kleine zaal van Theater Kikker klinken mechanische dreunen en verschijnen midden op het toneel twee reuzen. Het blijken danseressen: ze staan achter elkaar met de rug naar het publiek gekeerd en beginnen te ‘slow dansen’. Of is het een soort rollerdisco op de plaats maar dan zonder rolschaatsen? Gedurende een aantal minuten draaien ze langzaam naar het publiek. De concentrische cirkels veranderen logischerwijs in twee parallele figuren. De handen voor zich uitgestoken met omwentelende polsen.
Met deze opening zet de voorstelling ”Lang” in als een hallucinerende achtbaan. Duizelingwekkende werelden trekken voorbij aan de dansers en het publiek en dit alles door het verplaatsen van het gewicht van het ene been op het andere. Weliswaar zo’n veertig minuten op een halfhoge demi-pointe (de tenen), wat een fenomenale aanslag moet zijn op de kuiten. Een frappante variant van het etherische op-de-tenen dansen in ballet.
‘Aaahhh, uueehhhh’. De muziek bestaat uit langgerekte samples van woorden met echo’s als in een industriële hal. De bovenlichamen beginnen zich in te zetten op het perpetuum mobile van het benenwerk. Een schouder op en neer, een ja-knikker die nee zegt, alles gebeurt als eentonige arbeid. Onzichtbare mijlen moeten worden afgelegd. Een tweede rondje richting publiek is gemaakt. Zodra de ruggen zichtbaar zijn wordt niet-synchroon gedanst, als alen in een ton. Je oog kan met de tegenbeelden niet alles bevatten wat zich afspeelt. De dansers hangen als Pinokkio’s aan een touwtje met bungelende voeten, onderworpen aan de wil van beweging.
Er komt meer variatie en licht in de cirkel wordt sterker. Je bent bereid geestdriftig mee te doen aan een oorverdovend applaus als het nu voorbij is. De dansers blijven echter doorgaan. Een hairflip wordt toegevoegd, klanken worden staccato, net als de beweging. De grond gaat deel uitmaken van de dans want de twee-eenheid beweegt zich naar beneden met stuiptrekkingen. De inmiddels onmenselijke wezens veranderen in angstaanjagende insecten met hoekige poten op de grond. Dan springen ze in een climax weer als kikkers op.
Er is geen emotie, het lichaam is de emotie. De dreunen keren terug en het lijkt of eindelijk door de dansers de vloer kan worden betast met de gehele voet. Na afloop rest een vochtige cirkel op de vloer met een diameter van zo’n vier meter. De tastbare getuigenis van een exceptionele voorstelling die je lam heeft geslagen van verwondering.
De in Athene geboren Katerina Papageorgiou (Kat Válastur is een uit artistieke onzekerheid verkozen pseudoniem) is in haar werk geïnspireerd door de Odyssee. “Elke reis wordt gekenmerkt door het concept van terugkeer, tijd verandert alles. De plaats van terugkeer is en is niet hetzelfde, ook al is het steeds daar.” Zij wil met haar bewegingen een indruk geven van adem, een polsslag, een draaiend wiel, getijden en cycli van leven en dood. “The more I strip away the closer I get to the source, which to me means the concept of movement, why I move and why I dance.”
Choreografie: Kat Válastur
Performers: Ana Laura Lozza en Kat Válastur
Componist: Antonis Anissegos
Live-Muziek: Matthias Gruebel
Licht ontwerp: Nysis Vasilopoulos
Kostuums: Benjamin Klunker
Dramaturgie: Nikos Flessas en Marialena Mamareli
Tot de verbeelding sprekend kunstwerk SYLPHIDES kijkt naar wat mensen beweegt, om te beginnen met de adem
28 april 2012 | Ruben BrugmanElk festival smeekt om vrijwilligers en in de begindagen van Springdance waren er zelfs helemaal geen betaalde krachten. Dat zegt ook iets. Nu Springdance na dertig jaar gaat fuseren met Festival aan de Werf is het thema van deze laatste editie ‘scupltured bodies & body sculptures’. Bij SYLPHIDES is dit treffend van toepassing. “Hoe mensen bewegen interesseert mij niet, ik wil weten wat hen beweegt.” Een gevleugelde uitspraak van Pina Bausch naar wie Springdance, vanwege haar gedreven notities van The Rite of Spring, is vernoemd. SYLPHIDES kijkt letterlijk naar wat mensen beweegt, om te beginnen met de adem.
Alain Monot
De lekkermakende trailer van SYLPHIDES, een drie jaar oud werk van Cecilia Bengolea en François Chaignaud, creëert hooggespannen verwachtingen. ‘Drie lichamen verpakt in zwart latex transformeren langzaam tot een klassiek beeldhouwwerk. Onder het verstikkende materiaal zoeken longen, ribben en buikspieren onbedwingbaar naar bewegingsvrijheid.’ Bengolea en Chaignaud waren deze week bij Springdance te zien in het extravagante (M)imosa, dat toert door Europa. SYLPHIDES moet verwijzen naar de fantasiewezens die tussen leven en dood pendelen en het concept stoffelijk lichaam overstijgen.
Drie cocons liggen op toneel. Een vrouw komt ze als illusionist met een elektrische pomp in stofzuigerkabaal vacuüm zuigen. Eerdere toeschouwers hebben, zo is verteld, last gehad van paniekaanvallen en je kunt het inderdaad benauwd krijgen. De performers ademen door een pijpje en je leeft met ze mee. Ook het contrast van de nog op knappen staande cocons en het al leeggezogen exemplaar doet je ongemakkelijk voelen. Uiteindelijk liggen drie mausoleumbeelden roerloos, klaar naast elkaar.
De illusionist komt terug en heeft macht. Zij bepaalt wat er met de amorfe wezens gebeurt en die berusten in hun lot. Ze laadt ze als een tafereel uit de Bauhaus-periode op een kar en blaast ze weer op. Op een onbegrijpelijke manier bewegen de staande figuren zich diagonaal en horizontaal. Het publiek wil bevrijd worden van de ernst, want het begint te lachen zodra een performer rond gaat hoppen. Tot slot komt de als power lady geklede vrouw terug om de lucht weer te doen ontsnappen. Drie echte mensen verschijnen uit de pakken en gaan kinderlijk vrij dansen op de Spice Girls. Viva Forever.
SYLPHIDES is een kunstwerk dat zich tussen theater en beeldende kunst in bevindt. “Is the performer the object or is the object the performer?”, vragen de makers zich af. Gebaseerd op een prachtig en spannend kostuumontwerp van Sothean Nhieim toont SYLPHIDES aan dat een origineel concept om een even origineel demonstratieplatform vraagt. Niet een vlakke, kale toneelvloer met coulissen. Danseres/choreograaf Canan Yücel, eerder te zien bij een voorstelling van Europe in Motion, verdient een extra compliment: zij kreeg een dag eerder te horen in te moeten vallen in verband met ziekte.
Jonge dansmakers ontmoeten elkaar en ontwikkelen talenten in reizende danswerkplaats Europe in Motion
24 april 2012 | Ruben BrugmanEurope in Motion is een reizend talentontwikkelingsprogramma en fungeert als ‘battleground’ en plek van ontmoeting voor jonge choreografen. Wat urgent is in dans, wordt een week lang besproken om dansmakers te stimuleren in hun artistieke ontwikkeling. Deze tweede editie, met partners Dance4 (Nottingham), iDans (Istanbul) en Imagetanz (Wenen), eindigt in Utrecht. Op Springdance was eerder dans uit high tech laboratoria in Israël (Batsheva Dance Company) te zien. Het is nu tijd voor beweging uit Europees low profile werk van danswerkplaatsen.
Bahar Temiz foto Anna van Kooij
Het toneel is een witte, gestripte bak. Bij Bahar Temiz uit Turkije staat in 1+ een danseres half op het toneel en loopt naar het midden. Een effectieve stilte valt. Op de achtermuur is projectie van de ruimte te zien. Zodra muziek begint, komt hedendaagse beweging op gang die halverwege verandert in dans. De solo komt voort uit eerder gemaakt groepswerk en vanwege de afwezigheid van de dansers focust de choreografe zich op gebruikte en niet gebruikte ruimte. Deze solo is vooral een studie door een getrainde danseres.
In Vimmaa (uitzinnigheid) van Satu Tuomisto beginnen een jongen en een meisje hardop te lachen. Er volgt dans waarvan spannende foto’s gemaakt kunnen worden: wisselende sprongen met haren in de lucht of een rol op de vloer. De jongen rent steeds een halve cirkel achteruit, hier is meer sprake van choreografie. De maakster legt na afloop uit dat een opdracht bij het Fins Nationaal Ballet een drang gaf uit een stramien van dans te breken. Dat gebeurt met een hartslag waarmee haar twee dansers worden aangedreven tot een ritmische erotiek. Net als in het echt kan het onzinnige beweging lijken, maar als het meevalt lang duren.
Twee verveelde correspondentievriendinnen Inge van Bruystegem en Veronika Zott zitten in korrespondenz met geschminkte gezichten op een tafel. Op een band wordt hun briefwisseling in het Engels met vet accent voorgelezen. De dansmakers hebben een achtergrond aan de London School of Contemporary Dance maar daar is weinig van te zien. Veronika danste in werk van Ivo Dimchev (te zien op Springdance). Deze alleskunstenaar is van een geheel ander kaliber en zal dat blijven. Voer korrespondenz maandenlang op locatie non-stop uit en het kan een artistieke waarde hebben.
Canan Yucel legt in My Motto eieren op de vloer, loopt naar het midden en kijkt boos het publiek in. Ze begint moderne dansbewegingen op de vloer met blauwe sokken aan en stopt voor een disclaimer over de voorstelling: die zal niet het beste zijn dat we hebben gezien. Canan blijkt naast ex-rechtenstudent ook entertainer te zijn en kent gezonde zelfreflectie. Ze vraagt of we graag een stukje dans op muziek zien om direct te starten en het weer weg te wuiven. Ze begint een verhandeling over de effecten van het Nederlandse belastingstelsel op relaties en concludeert: “If you don’t have a partner, I think it’s okay”. Met My Motto stelt Canan de vraag of middelmatigheid een manier van leven is.
Geen van de stukken hebben de pretentie af te zijn. ‘Nothing can be the best’ was de boodschap die dansdramaturg Robert Steijn en choreograaf Maria Hassabi als mentor wilden meegeven aan de jonge makers.
Europe in Motion is nog te zien (met andere talentvolle makers) op 24 en 25 april.
Ruben Brugman
Twee jonge vrouwelijke choreografen vervullen belofte met Batsheva Dance Company tijdens Springdance Festival
22 april 2012 | Ruben BrugmanMet twee voorstellingen, ”The Toxic Exotic Disappearance Act” en ”House” laat Batsheva Dance Company indrukwekkende, sublieme dansbeheersing zien en frisse dynamiek. Maar ook onrust, zoeken en verwarring. Het tijdperk van happy, harmonieuze dans is voorbij.
Tijdens een lezing over dans, voorafgaand aan de voorstelling, wordt benadrukt dat hedendaagse dans zich niet compulsief hoeft af te zetten tegen andere dansstromingen. Deze artistieke vrijheid was te zien met de voorstelling ”The Toxic Exotic Disappearance Act” van Yasmeen Godder en ”House” van Sharon Eyal/Gai Behar gedanst door Batsheva Dance Company.
Dit dansgezelschap is ooit opgericht door Barones Bathsheva de Rothschild en de naam bathsheva betekent zoiets als ‘gelofte vervuld’ of ’vrouw van eed’. Als de gelofte toonaangevende dans maken is, dan is die vervuld. Yasmeen Godder heeft haar eigen gezelschap, maar maakte op uitnodiging een productie voor Batsheva Dance Company. Sharon Eyal is daarentegen huischoreograaf bij Bathsheva en start binnenkort met Gai Behar haar eigen gezelschap. Ook zal zij een werk maken voor Nederlands Dans Theater II dat Batsheva als lid van de artistieke familie beschouwt.
The Toxic Exotic Disappearance Act is geïnspireerd op een fotowerk van Viviane Sassen, dat een nieuwe, echtere visie geeft op de Afrikaanse mens. De voorstelling opent plots met een donkere man die staand voor een breed, houten paneel verwonderd het publiek inkijkt. Hij legt meteen de koers vast door met een ijzersterke techniek zijn lichaam te verkennen, wat gevolgd zal worden door vier andere dansers. Hoewel Godder geen eigen danstechniek heeft ontwikkeld, liggen aan haar dans veel technieken aan ten grondslag zoals Gaga (een uitdrukking van vrijheid en plezier) van Ohad Naharin, artistiek directeur van Batsheva.
De voorstelling is lange tijd indrukwekkend door de sublieme dansbeheersing. Bestaan er al danstermen als ‘contractions’ en ‘extensions’, vanwege het steeds verrassend formeren van patronen kan ‘inventions’ hieraan worden toegevoegd. Het concept van jezelf willen tentoonstellen of verschuilen wordt simplistisch duidelijk gemaakt (truitje of plant over het hoofd) of door de ander te gebruiken als afleiding. Minpunt is dat alles op één verbeelde locatie plaatsvindt en variatie ontbreekt.
House is ook gebaseerd op foto’s, in dit geval van families. Vanuit het duister en in rook doemt een danseres op in zwart latex met puriteins, wit boordje. Zij naait als het ware de dansers als materiaal aan elkaar, verklaart choreografe Sharon Eyal achteraf, door tussen delen groepsdans door op te treden. Sharon is zelf deze danseres en verandert haar kostuum gaandeweg. Een repressieve religie (het boordje) legt zij af en ook bij de dansers is de bovenste, klassieke laag af te pellen om een meer ruwe kant te laten zien.
De omschakeling naar de eerste groepsdans is prachtig: 10 plastische dansers onder een gele lamp voeren met staccato ‘isolations’ in een soort tribal dans de spanning op. Ondanks afwezigheid van urban dansstijlen is eenzelfde frisse dynamiek te voelen. ‘Ik doe gewoon wat in mij opkomt qua beweging’, vertelt de choreografe. Zij wordt bijgestaan door componist Ori Lichtik die naast een pompende beat contra-ritmisch voor verrijking zorgt. Andere dansdelen doen aan als werk van Martha Graham, ooit als adviseur aan Bathsheva verbonden.
‘Maximum is minimum’, stelt de choreografe en het gaat haar met name om gevoel via vormen en beweging. Als je een dansvoorstelling als actuele weergave wilt zien van een samenleving dan is die er een van onrust, zoeken en verwarring. Dansers als een groep aliens, een vrouw met baard en man op hoge hakken, sexuele vervreemding: het tijdperk van happy, harmonieuze dans is voorbij.
Ruben Brugman



