Berichten vanAlles over de auteur - Cultureel Persbureau
‘House without a maid’ in Huis Sonneveld inspirerende microkosmos van licht en ruimte #dekeuze
26 september 2010 | Hans van Dam
Een intiem huiskamercongres tussen levende kunstwerken. Zo kun je ‘House without a maid, een ‘gesprekken-, performances- en installatieproject’ van Jorge León en Simone Aughterlony in Huis Sonneveld het best omschrijven. In de voormalige garage van de modernistische villa uit 1932 is een select vrouwelijk gezelschap twee dagen bijeen om te discussiëren over het fenomeen dienstmeid. In andere vertrekken van het imponerende gebouw vinden performances plaats. In sommige kamers staan installaties opgesteld.
Nietsvermoedende architecteurliefhebbers die vanuit het naastgelegen Architecteurinstituut de villa komen bezoeken kijken verbaasd om zich heen. Zo schuifelt door de studeerkamer een deur waar een vrouw aan vast zit. In de grote zitkamer aan het balkon strooit een andere dame parelachtige druppels (gestolde tranen?) via de salontafel over de vloer, terwijl een carré van opmaakspiegels caleidoscopisch licht verspreidt. Aan de vergadertafel in het kantoor staart een dame uit het raam. Op de tafel tonen vijf luciferdoosjes met minidisplays videobeelden, die haar verlangen illustreren naar ontsnapping uit dit beklemmende interieur. Al deze prachtige werken verbeelden de open associaties van verschillende kunstenaars over de relatie tussen de huismeid en haar meesteres.
Ondertussen congresseren de vrouwen in de garage verder langs een ogenschijnlijk grillig patroon van ‘archeologische sporen’. Zo doordenken ze het fenomeen huismeid heel verrassend. Historisch antropologe Irene Cieraad houdt een prachtig verhaal over de verborgen paden in negentiende eeuwse huizen, waarlangs het huispersoneel haar taken zo onzichtbaar mogelijk kon vervullen. De Amerikaanse schrijfster Aife Murray presenteert bijzondere resultaten van haar onderzoek naar de relatie tussen de dichteres Emily Dickinson en haar huispersoneel.
Dit project is een inspirerende microkosmos voor de ideale ontmoeting tussen wetenschapper, kunstenaar en publiek. Willekeurig denk je terug aan het Keuzedebat, dat hierbij bleek afsteekt. Wat zou het heerlijk zijn om in deze initeme setting door te kunnen praten over het project van ‘de kunstenaar als participerende socioloog’ en temidden van de kunstwerken zelf op zoek te kunnen gaan naar de sporen van een verborgen werkelijkheid. Leon en Aughterlony hebben hier een geslaagde plek van figuurlijk licht en ruimte geschapen, die naadloos aansluit bij het bijzondere licht en de ruimte in het Huis Sonneveld.
‘House without a Maid’ van Jorge León & Simone Aughterlony. Gezien:Huis Sonneveld, zaterdag 25 september tijdens de Internationale Keuze van de Rotterdamse Schouwburg. Daar nog te zien op 26 september.
foto’s: René Castelijn
Veelstemmig ‘Deserve’ verbluffend diepgravende compositie over dienstbaarheid #dekeuze
25 september 2010 | Hans van Dam
‘Dus, dokter Lacan, zijn vrouwen gevoeliger voor gekte? … Is de man vatbaar voor hysterie?’ In ‘Deserve’, onderdeel van het drieluik over de dienstmeid van Jorge León en Simone Aughterlony, graven de makers diep, heel diep. Ze volgen de intrigerende lijn van de grote ontmaskeraars in onze denkgeschiedenis: van Hegels meester-slaaf analyse via Marx en Freud naar de Franse psychoanalyticus Jacques Lacan.
Kern van het stuk is dan ook zijn methode van het uit elkaar breken van de talige, symbolisch orde om te kunnen begrijpen wat er werkelijk aan de hand is. Is ‘Deserve’ hiermee een saai programmatisch onderzoek? Absoluut het tegenovergestelde. De makers slagen erin om de puzzel van het onderzoek spanningsvol en met veel gevoel voor absurdistische humor uit te voeren. Daarbij zijn de theatrale middelen die ze kiezen zo consequent en radicaal dat je voortdurend op het puntje van je stoel zit. Zo is de openingsscène, waarin een ‘madame’ door haar bedienden haar interieur laat inrichten, een meesterlijk ballet met een eindeloze reeks aan huishoudelijke voorwerpen. Die verbeeldt de wankelheid van de menselijke psyche: het wanhopig streven naar orde in de chaos en de ernstige psychosen die optreden wanneer individuen elkaar gevangen houden in een bemiddelende meester-slaaf relatie.
Om dit alles te kunnen ervaren wordt een overdonderende veelstemmigheid ingezet om deze relatie tot zijn kern te ontleden. Historische tekstfragmenten, muziek, dans en absurdistisch doorgevoerde theatrale situaties vloeien in elkaar over of lopen dwars door elkaar. Maar deze veelstemmigheid is zo knap georkestreerd dat er een geslaagde compositie blijft bestaan zonder dat je de aparte stemmen kunt aanwijzen. Hiermee is er dus ook geen lineaire betekenis maar een volle ervaring van een polyfonie aan stemmen die overweldigt en tegelijk tot denken aanzet. Om dit te ervaren is geen enkele kennis van Lacan nodig. Zijn naam doet in het stuk dan ook niet terzake, tenzij je wilt weten waar de inspiratie voor dit overdonderend theateridioom ligt.
Dit idioom is al jaren het handelsmerk van Aughterlony die al eerder in Rotterdam te zien was met onder meer ‘Sweet dreams are made’ en ‘Between amateurs’. Het is goed te zien dat ze niets aan radicaliteit terugneemt. Ook ‘Deserve’ voert je naar een kern die zo indringend wordt geserveerd, dat je niet anders kan dan beleven en nadenken. Zo dacht Hegel dat onze geest zich noodzakelijk tot individuele vrijheid zou ontplooien. ‘To Serve: Deserve’ toont dat we er nog lang niet zijn. Voor de avontuurlijke van geest.
‘Deserve’ van Jorge Leon & Simone Aughterlony. Gezien: vrijdag 24 september tijdens de Internationale Keuze van de Rotterdamse Schouwburg op locatie in de Gouvernestraat. Daar nog te zien op 25 september.
Introvert Keuzedebat in De Unie: Kunstenaar als participerende socioloog #dekeuze
24 september 2010 | Hans van Dam
Het debatseizoen in Rotterdam is dit jaar geopend in de vernieuwde zaal van De Unie. De net opgeleverde ruimte doet prettig en intiem aan. Des te opmerkelijker de uitspraak van gespreksleider Natasja van den Berg dat vragen vanuit de zaal niet zijn toegestaan ‘omdat die toch nergens over gaan’. Dat klinkt niet echt als warm welkom in een debatcentrum. Weliswaar leverde het podiumgesprek onder haar strakke leiding een verrassende meerwaarde. De uiterst diverse sprekers vonden elkaar in een prikkelende conclusie: de hedendaagse kunstenaar als participerend socioloog. Maar vooralsnog sloot het debat zelf publieksparticipatie uit.
Helemaal uit de lucht vallen kwam het verbod van van den Berg niet. Traditioneel begint het debatseizoen van de Unie altijd met het Keuzedebat dat plaats vindt op het podium van de Grote Zaal van de Rotterdamse Schouwburg. Vanwege de fysieke scheiding tussen podium en publiek is dit meer een ‘talk show’ waarin vragen lastig zijn. Maar in de intieme setting van de Unie komt het verbod wat arrogant over.
Het debat zelf maakte overigens een frisse indruk. Naast Van den Berg (1975) was er een jonge garde bestaande uit de kunstenaars Jorge Leon en Jonas Staal en de socioloog Willem Schinkel. Als evenwicht waren er de meer ervaren dramaturg Marianne Van Kerkhoven en politicus Ruud Vreeman.
Vooral Van Kerkhove blijkt een bijzondere mix van bevlogendheid en levenswijsheid. Van haar hand is de indrukwekkende installatiereeks ‘K, a Society’. Deze reeks toont volgens haar zeggen mensen zoals ze te zien zouden zijn in een ‘eindbeeld van de wereld’.
De jonge filmmaker Jorge Leon is een avonturier. Hij werkt met kunstenaars samen op de grens van beeldende kunst, dans en theater. Het drieluik ‘To Serve’ is van zijn hand. Luciditeit of helderheid van geest vindt hij het belangrijkste aspect van kunst. De vorm doet er verder niet meer toe.
Jonas Staal (1981), de Rotterdamse ‘agitator’, propageert ‘een hernieuwd streven naar kunst voor iedereen waarin jonge kunstenaars en progressieve politiek weer een gemeeschappelijk project moet formuleren’.
Ruud Vreeman (1947) concludeert dat de politiek zou moeten leren van ‘identificatie- en verwonderingsmogelijkheden’van de kunst. Hierdoor zouden populisme en vernieuwingspolitiek samen gedacht kunnen worden.
Het is uiteindelijk Willem Schinkel (1976) die de aanzet geeft tot de lucide conclusie van kunstenaar als participerend socioloog waar de sprekers zich uiteindelijk bij thuis voelen. Kernvraag in de hedendaagse kunst is volgens hem de vraag naar ‘de relatie van de kunstenaar met zijn sociale omgeving. Hiermee zijn mondiale ongelijkheid, uitbuiting en onderdrukking kunstthema’s geworden’. Zo wordt de kunstenaar een participerend onderzoeker, maar moet zich tegelijkertijd goed realiseren dat zijn resultaat herkenbaar is al kunst, ‘ander verliest hij de mogelijkheid om zijn resultaat te verkopen’.
Jammer dat de echte luisteraars in de zaal niets mochten vragen over de door Van Kerkhove aangestipte paradigmawisseling in de kunst, of het onbegrip van Staal voor de verzoenende positie van Vreeman. Of over Schinkels verhaal over de werkelijkheid als verzameling geïsoleerde sferen dat zelf absolute waarheid claimt zonder dat er een overstijgende waarheid kan bestaan. Nu liepen de sprekers dan ook wat beduusd van het podium, ongewis over wat de zaal er eigenlijk van vond.
‘Het Internationale Keuze Debat’ door De Unie in Debat en de Rotterdamse Schouwburg. Bijgewoond: donderdag 23 september in De Unie.
foto: Rene Castelijn
Davis Freemans investeringsshow ironische reflectie op geld, macht, individu en cultuur #dekeuze
12 september 2010 | Hans van Dam
De multimedia show ‘Investment’ van de Amerikaan Davis Freeman doet in eerste instantie denken aan de PowerPointshow ‘An Unconvenient Truth’ van Al Gore. Drie performers en een projectiecomputer tonen het publiek zeer routineus en gedetailleerd een heel scala aan mogelijkheden om te beleggen. Aanvankelijk zinvol en duurzaam, maar als snel spelen hele andere motieven een rol. Pikant detail: iedereen uit het publiek heeft samen met zijn kaartje een lot uit de Lotto gekregen die precies op deze avond wordt getrokken. Iedereen is dus potentieel heel dicht bij het miljonairschap.
Na de presentatie van een aantal goede doelen zoals ‘Stop Hunger Now’, dierenwelzijnfondsen en bomenaankoop voor CO2 reductie komt er al snel een kentering. Misschien moet je het wel aan je eigen familie uitgeven, of moet je je geld vermenigvuldigen met solide renderende beleggingen als de wapenindustrie of commercieel stamcellenonderzoek.
In dezelfde gelikte presentatie-flow wordt tussendoor ook de mogelijkheid getoond om te beleggen in cultuur. Bijvoorbeeld in dans, ‘een prachtige universele kunstvorm met potentie om de mensheid op een hoger geestelijk plan te tillen, hoewel je er financieel niet veel wijzer van zal worden’. Als voorbeeld volgt een stukje dans, waarin de drie performers zich eerst als letterlijk neergedrukte individuen moeizaam en pijnlijk over de bodem bewegen, maar uiteindelijk toch gezamenlijk los van de grond komen. Door een aanvullende projectie wordt de ensemblebeweging van de dansers knap vermenigvuldigd, inclusief een vrolijk ontregelende hond die er op beeld tussendoor springt. Hierop volgt een productieplan om dit stuk tot een avondvullend programma uit te bouwen. Kosten voor de investering: 100.000,- euro.
Hetzelfde gebeurt bijna aan het eind met een voorstel voor investering in een hemelbestormend theaterstuk waarvan eveneens een stukje wordt gespeeld. Dit kwartiertje voorbeeldtoneel is werkelijk van grote klasse. In een geniaal gekozen historische situatie zijn de performers in staat diepe inzichten bloot te leggen over de verhouding van politiek, kunst en beschaving. Het stukje start eveneens in ironisch idioom, maar stijgt door indrukwekkende acteerwerk ver boven zichzelf uit. Ook na deze inhoudelijke explosie volgt een droog uitgewerkt productieplan van een ton.
De show eindigt tenslotte in een op hol slaande presentatie van consumptie-equivalenten van wederom die ton in euro’s: van tweede huisjes in Portugal tot sportauto’s en kaviaar om tenslotte te eindigen in de grote volumes basisbenodigdheden, zoals bijvoorbeeld schoon water.
Ondanks het voor de hand liggende einde zet de hele show op een uitgekiende manier aan om diep na te denken over de samenhang van geld, macht, individu en cultuur. Veel respect voor de makers om vanuit de alom tegenwoordige gladde marketingpraatjes een indrukwekkend kunstwerk te destilleren met zoveel denkruimte.
Hans van Dam in gesprek met Freeman
‘Investment’ van Davis Freeman/Random Scream. Gezien: zaterdag 11 september tijdens de Internationale Keuze van de Rotterdamse Schouwburg op locatie in het oude Lantaren/Venster aan de Gouvernestraat. Daar nog te zien op 12 september.
Apocalyptisch locatietheater Wunderbaum prikkelende opmaat voor explosieve ‘Internationale Keuze’ #dekeuze
10 september 2010 | Hans van Dam
Zo’n koele nazomeravond als donderdag 9 september 2010 is een perfecte avond voor de try- out van het locatiestuk ‘Natives‘ van acteursgroep Wunderbaum. Heldere lucht, mild optrekkende herfstkou en nagenoeg windstil. Locatie: een moerassig grasveld tussen twee verlaten woonblokken in de Rotterdamse wijk Pendrecht. Ooit gebouwd vanuit de naoorlogse idealen van familiegeluk, gemak en bereikbaarheid, maar al snel te benauwd, vergrijzend en uiteindelijk volledig verpauperd.
Precies deze atmosfeer zocht de acteursgroep voor een voorstelling over de huidige economische crisis en het einde-der-tijden-gevoel dat uit alle voegen van de samenleving opborrelt. Alleen de aanblik van de locatie is al voldoende voor een apocalyptisch gevoel. Van het woonblok, bestaande uit een vierlagig gebouw met 24 portiekwoningen, zijn middenin van een vijftal woningen de buitengevels weggesloopt. Onbeschaamd toont het de zwijgende herinneringen aan intimiteiten: een blauwe keukenmuur met gapende gaten, een roze slaapkamermuur, desolate resten van een woonkamer. Helemaal rechts van de scene worden een aantal buurjongens weggestuurd die een flinke joint aan het blowen zijn.
In het theaterlicht verandert de grauwe scène in een grimmig poppenhuis. Op de bovenste etage ligt, half over de rand, een vrouw in barensweeën. Haar dierlijke gekerm gaat door merg en been. Twee andere vrouwen komen schichtig tevoorschijn en gluren apatisch over de reling. Een man in een andere ruimte staart zwijgend voor zich uit. IJle muziek, live geproduceerd op de benedenverdieping, verhoogt het gevoel van onbehagen. Als het kind uiteindelijk geboren wordt, mompelt de moeder ’Het spijt me’, maar de gebeurtenis brengt de schichtige vrouwen toch even samen. Het kind wordt in een oude emmer gewassen, de moederkoek in een hoek gegooid. Vervolgens zakt iedereen terug in apathie.
Het stuk rijgt een tiental scènes aan elkaar waarin ondergang en vervreemding overheersen. Daar tussendoor zijn er ook scènes die karikaturaal zijn en even doen ontsnappen, zoals een paard in een boodschappenkarretje, of een plots ingezette carnavalspolonaise. Als wankel teken van hoop is er een mompelende man die als een bijbelse Noach een boot bouwt. Maar in de sleutelscène dragen alle spelers dierenmaskers. Dan pas lijken ze zich op hun gemak te voelen.
Door de knappe belichting en de uiterst fysieke inzet van de acteurs kruipen de gebeurtenissen erg dicht onder de huid. Voor locatietheater is dat heel bijzonder. De dubbelzinnigheid houdt het stuk op een bepaalde manier ook levend. Maar toch is het uiteindelijk de saamhorigheid die ondubbelzinnig ten grave gedragen wordt door een groep van verpleegsters, waarna de dierlijkheid, ditmaal zonder maskers, opnieuw toeslaat. Een explosief voorspel van de Internationale Keuze die op vrijdag 10 september officieel van start gaat.
‘Natives’ van Acteursgroep Wunderbaum. Try-out tijdens de Internationale Keuze van de Rotterdamse Schouwburg op locatie Flat Pendrecht, donderdag 9 september. Daar nog te zien t/m 2 oktober.