Berichten vanAlles over de auteur - Cultureel Persbureau
Er wordt gehuild, gegild en uitzinnig gedanst in Helium van Davy Pieters op #debasis
10 september 2011 | Anneriek de Jong“You are my sunshine”, zingt een vrouw heel zacht. Onderwijl zit het publiek in het pikkedonker. We zijn opgesloten. Verbannen naar een schuilkelder die, zo lijkt het, ineens geen uitgang meer heeft.
Het is een echte schuilkelder waarin theatermaakster Davy Pieters haar voorstelling Helium houdt. Shelter 313 op vliegbasis Soesterberg deed ooit dienst als vluchtoord voor het personeel. Via een smalle doorgang zijn wij er naar binnen gekomen en nu kijken we vanaf een hoge tribune naar beneden.
Daar floept een lampje aan. Het gezicht van een man op een bed wordt zichtbaar. Steeds meer lampjes gaan aan en steeds meer bedden komen in beeld, bedden waarin mensen slapen. Een vrouw, de zangeres, wordt wakker. Ze loopt naar het bed van iemand anders en schudt aan hem of haar. Het wezen geeft geen kik. Is het soms een dode?
En zijn die andere op hun zij liggende figuren, in werkelijkheid stoffen poppen, ook al de pijp uit?
Als dat klopt, dan zijn de twee vrouwen en die ene man die hun bed verlaten de enige overlevenden van een groep die al eerder een ramp overleefde. De drie staan er slecht voor. Het eten is haast op, net als het water.
Tenminste, dat suggereert Davy Pieters. Preciserende woorden komen er niet aan te pas. Wel gebaren, langzaam uitgevoerd, gebaren die iets aan de verbeelding overlaten. Zo maakt het publiek zijn eigen verhaal. Pieters helpt ons een handje door heftige emoties niet uit de weg te gaan. Er wordt gehuild, gegild en, bij wijze van hoopvol contrapunt, uitzinnig gedanst. Goedkoop zijn die gevoelsuitbarstingen niet. Ze komen op onverwachte momenten en je schrikt er telkens van, ja, ook van dat dwaze gedans.
De grootste schok is, gek genoeg, een ogenblik dat prachtig had kunnen zijn, voor de bunkerbewoners. Een wand van de shelter splijt open en daglicht stroomt naar binnen. Maar de vrouw die zich naar buiten waagt kan niet van haar vrijheid genieten. Ze vlucht, alweer, dit keer niet naar de schuilkelder maar naar de Soesterbergse bossen.
Davy Pieters won dit jaar een hoofdprijs op de Toneelacademie Maastricht, waar zij ook studeerde. De jury zag goed dat Pieters een groot inlevingsvermogen heeft in mensen in extreme omstandigheden. Ze is ernstig maar laat toch een paar grappen toe. En een zweem van poezie.
Een kast gaat open en de mooiste ballonnen zweven eruit, ballonnen in felle kleuren. Zo is het duistere grijs van de bunker nog net te verdragen.

Prachtige combinatie van verstilling en vertraging doet verlangen naar meer van Daria Bukvic’ ‘ Verwoest’ op #DeBasis
10 september 2011 | Anneriek de Jong
Een open plek in het bos. Dat zou idyllisch kunnen zijn, maar uit het bos komen verdachte geluiden. Mannen zingen en halen trekkers over. De echo’s van explosies weerklinken.
Het is allemaal maar nep. Het is maar theater – dat toch angst aanjaagt. Daria Bukvic, een pas afgestudeerde regisseur van de Toneelschool Maastricht, maakte een voorstelling over haar moeder. Die vluchtte voor het oorlogsgeweld uit Joegoslavië. Verwoest is dichterbij te zien, op Vliegbasis Soesterberg. De militairen, de echte, zijn er vertrokken. Acteurs die soldaten spelen komen ervoor in de plaats.
Ze kruipen uit het woud, de soldaten in Verwoest. Ze komen van links en van rechts en ze kijken spiedend om zich heen. Tussen hen in, op een plein, ligt een kameraad. Is hij gewond in de strijd? Veel vragen blijven open. Bukvik gebruikt geen tekst, geen gesproken woorden. Ze geeft de voorkeur aan suggestieve beelden.
Ineens zien we een vrouw. Daria’s moeder zeker, denken we kinderlijk verheugd. De vrouw zit hoog boven het plein, op een richel van een naargeestig gebouw. Het is een van de vele bomvrije vliegtuigshelters die op Soesterberg als herinneringen aan de Koude Oorlog zijn achtergebleven. Grijs beton, een intimiderend hoog dak. Voor de vrouw is de richel wachtpost en schuilplaats tegelijk. Ingespannen tuurt ze om zich heen. Kijkt ze naar iemand uit? Naar de gevallen soldaat die onder haar op het plein lag?
Daria’s moeder, vertelde Bukvik eens, was in de Joegoslavische oorlog jarenlang van haar man gescheiden. Van de vrouw op de richel is in elk geval een ding zeker: ze is helemaal alleen. Een poging van haar om het gezellig te maken, met een stoel, een lamp, een boek, lukt niet bijster goed. Te veel gedachten overvallen haar.
Wat er dan aan de toeschouwers voorbijtrekt zou haar fantasie kunnen zijn. Prachtig is het beeld van een bizarre boerenkar. Getrokken door een hert (nou ja, door een acteur met op zijn hoofd een gewei), opgeleukt met een vrolijke pianist en versierd met brieven die ook papieren vliegtuigjes zijn. De vrouw reikt naar de vliegtuigjes, naar de voor haar zo verschrikkelijk belangrijke levenstekens. Maar één brief krijgt ze echt te pakken. Hij komt niet van de kar maar van het dak van de shelter, als een vlinder fladderend langs de betonnen wand – alwéér een mooi beeld.
Ondertussen gaan de rare geluiden door. Ze komen van alle kanten, ook uit de shelter zelf. Oorlogsrumoer vermengt zich met folkloristische klanken, met muziek uit een Joegoslavische jeugd. Weemoed naar verloren onschuld komt bovendrijven, en verlangen naar een betere tijd.
Bukvic, begeleid door Soldaat-van-Oranje-regisseur Theu Boermans, bereikt de surrealistische sfeer die zij wil oproepen ook door haar spelers heel langzaam te laten bewegen. De combinatie van vertraging en verstilling maakt de vrouw nog geïsoleerder dan zij toch al is.
Jammer alleen dat Verwoest zo snel voorbij is. En dat je niet weet wat er met de soldaten gebeurt, gespeeld door vijf studenten uit Maastricht. Een of andere verhaallijn, hoe simpel ook, zou nog meer inhoud aan de voorstelling hebben gegeven. Volgende keer dan maar: Bukcik heeft genoeg in haar mars!

Teveel humor en te weinig huivering bij ‘Poëten en bandieten’ van De Warme Winkel op Theaterfestival De Internationale Keuze #dekeuze
12 september 2010 | Anneriek de Jong
Er is sneeuw gevallen, een dik pak verse sneeuw. Nepsneeuw weliswaar, maar echt genoeg om je middenin Rusland te wanen. Daar, in de stad Sverdlovsk oftewel Jekaterinenburg, leefde eens de man over wie de voorstelling ‘Poëten en bandieten’ gaat. Boris Ryzhy (1974-2001) zette de rauwe realiteit van zijn woonplaats in gedichten om. Meer dan duizend poëmen liet hij de wereld na. Zijn doorbraak kwam op het festival Poetry International in Rotterdam, in het jaar 2000. Een jaar later was hij dood. Boris Ryzhy, 26, had zichzelf verhangen.
Theatergroep De Warme Winkel legt die link met Rotterdam alleen al doordat ‘Poëten en bandieten’ daar gespeeld wordt. Een oude fabriekshal doet dienst als decor voor de vervallen arbeiderswijk waarin Ryzhy opgroeide. Vanachter een werktafel belt actrice Mara van Vlijmen Rotterdammers op. Die zijn geen van allen thuis. Maar op hun antwoordapparaat staat nu een van Ryzhy’s gedichten, wat voor de luisteraars een wonderlijke ervaring moet zijn. De Warme Winkel laat niet zien hoe de professorenzoon Boris in die arme buurt belandde. Waar hij het zelf in zijn gedichten over een omgeving vol grauwe flats heeft, doet het toneelbeeld eerder aan het buitenleven denken, met al die weidse sneeuw. De sfeer is knus en warm. Op een met kaarsjes versierde praalwagen komt een folkloristisch ensemble op, dat Russische liedjes zingt. Ouderwetse liedjes, en niks geen pop of punk.

